Home Tags Veulen

Tag: veulen

Welke naam geef je je veulen in 2022?

0

Het is nog vroeg in het jaar en de eerste veulens moeten nog geboren worden. Hopen dat alles goed gaat! De voorpret begint misschien al met het verzinnen van mogelijke namen voor je nieuwe aanwinst. De regels over naamgeving verschillen per stamboek.

Of je nou als particulier of als professioneel fokker veulens verwacht, de geboorte van het veulen is het hoogtepunt van het jaar. Een naam die je vindt passen bij je veulen, of een naam die je sowieso aanspreekt, is altijd mooi. Je kunt er ook voor kiezen om een heel originele naam te geven. Altijd handig als je later je fokproduct nog volgt als hij verkocht wordt voor de sport. Eigenaren veranderen weleens de naam van het paard of geven hem een roepnaam. Maar de naam zoals die bij het stamboek is vastgelegd, zal altijd de officiële naam blijven.

Sommige stamboeken houden per jaar een of meer beginletter(s) aan, of stellen dat de naam van een hengstveulen met dezelfde letter aanvangt als die van zijn vader.

Belgische Warmbloedpaarden Stamboek (BWP)

Bij het Belgische Warmbloedpaarden Stamboek is een paarden- en ponyrichting. Voor 2022 geldt voor de paarden de letter: W. Voor de pony’s (BRp) wordt dit jaar de beginletter D aangehouden.

Bij de paarden die bij het BWP geregistreerd zijn, zien we vaak dat de naam van de stoeterij wordt toegevoegd, zoals Fiumicino van de Kalevallei, Uricas v/d Kattevennen …

Zangersheide

Alle veulens die je bij stamboek Zangersheide registreert, beginnen met de eerste letter van de naam van de vader. Om ze te onderscheiden van bij andere stamboeken ingeschreven paarden, wordt de letter ‘Z’ van Zangersheide toegevoegd achter de naam.

Stamboek Belgisch Sportpaard (SBS)

Het Stamboek Belgisch Sportpaard (SBS) hanteert ook een beginletter per jaar. In 2022 is de R aan de beurt. Ook bij het SBS hanteren fokkers vaak stalnamen.

Koninklijk Warmbloed Paardenstamboek Nederland (KWPN)

Het KWPN stelt weinig eisen ten aanzien van namen voor veulens behalve dat elk jaar een eigen beginletter heeft. Voor 2022 is dat de S; die letter geldt zowel voor hengst- als merrieveulens. Er mogen voor de naam ​maximaal 20 letterposities worden gebruikt.

Bij de Gelderse en tuigpaarden zijn de oer-Hollandse namen nog steeds erg geliefd. De namen van dressuur- en springpaarden zijn moderner, ook Engelstalige namen komen regelmatig voor. Sommige fokkers houden ervan om heel opvallende namen te geven, zoals ‘Asjemenou’, ’Ffw88′, een regelrechte tongbreker voor een speaker op een wedstrijd!  Ook constructies om aan te geven uit welke merrielijn een veulen komt, zie je vaak, zoals grootmoeder Gemma, dochter Lagemma en kleindochter Rosagemma.

Fjordenpaarden Stamboek

Ook het Fjord Studbook België hanteert elk jaar een andere beginletter. Ook een stalnaam is toegestaan en zie je veelvuldig.

Voor het Fjordenpaarden Stamboek Nederland geldt eveneens de regel dat elk Fjordenveulen dat wordt ingeschreven een naam heeft die begint met de letter van de jaargang.

Als een naam te vaak voorkomt, laat het stamboek dit weten en komt met alternatieven voor de fokker. Het Fjorden Stamboek ziet graag Scandinavische namen of een naam passend bij een Fjord, zoals Lars, Topas, Sverre, Sven, Ulrieke, Nordal, Fjelljon …

Koninklijk Fries Paarden Stamboek (KFPS)

Friese paarden hebben over het algemeen echte traditionele Friese voornamen. Het Friese Stamboek verplicht dit niet, maar stelt het wel op prijs. Zelfs de in het buitenland gefokte Friezen krijgen van hun fokkers vaak Friese namen.

Vaak wordt ook een bij het KFPS geregistreerde stalnaam ter onderscheiding achter de gekozen naam gezet (bijvoorbeeld Jelle fan de Grupstal). Ook de beginletter van de achternaam van de fokker wordt vaak toegevoegd.

Het KFPS (zowel in binnen- als buitenland geboren veulen) hanteert in 2022 de beginletters T, U of V.

​NRPS

Bij het NRPS zijn de regels veelzijdig. De naam van een hengstveulen moet beginnen met de eerste letter van de vader. Is bijvoorbeeld Don Cremello du Bois de vader van het veulen, dan moet de naam van je hengstveulen beginnen met een D.
Heb je een merrieveulen? Dan is de keuze voor de naam helemaal vrij .

Connemara Stamboek

Bij een Connemara-veulen mag je het helemaal zelf weten. Veel fokkers gebruiken een stalnaam; sommige zijn heel bekend. Ook Ierse namen komen nogal eens voor.

Er bestaat een traditie van vernoeming in de merrie- of hengstenlijn. Zo ontstond de Laughing-merrie lijn uit de merrie Rushing Water en dochter Laughing Water; hierna kwamen merries met ‘Laughing’ als voorvoegsel, zoals Laughing Grainne en Laughing Serina. De hengstenlijn Thunder – Thunderbolt, Thunder Bay en diverse ‘Thunder’-variaties is een herkenbare en succesvolle lijn. Maar niets is verplicht.

Pura Raza Española (PRE)

Het stamboek van de PRE heeft geen regels. Over heel de wereld worden PRE’s gefokt en daardoor geven fokkers hun veulens de namen die ze zelf het mooiste vinden. Als je een Estrella fokt en er zijn er al 31 geregistreerd, wordt jouw topper automatisch Estrella 32. Een unieke naam vinden is dus vaak leuker. Sommige fokkers zetten de hoofdletters van hun stalnaam achter de naam. De Woeste Hoeve zet bijvoorbeeld WH achter de naam van het veulen.

Welsh pony en Cob Stamboek

In België (Welsh Belgium) en Nederland (NWPCS) is de fokker vrij in de keuze van de naam van het veulen. Er zijn geen verplichte beginletters. Het niet toegestaan een niet-geregistreerde stalnaam te gebruiken, maar dat geldt voor alle stamboeken; een stalnaam moet je eerst aanvragen en goedgekeurd worden.

In de Welsh-wereld lijkt de stalnaam soms belangrijker dan de eigennaam van de pony. De stalnaam staat dan ook voorop. Prachtige Welsh-namen worden zeer op prijs gesteld.

Heb je vragen of twijfel je ergens over? Dan kun je altijd even het betreffende stamboek bellen of mailen.

CAP Magazine/Paardencolumns.com

Keizersnede bij merrie: “Ter plaatse uitvoeren was de beste optie”

0
Keizersnede bij een merrie
© DigiShots

Net als bij mensen verloopt de bevalling van een paard niet altijd zoals het hoort en moet er een keizersnede worden uitgevoerd. Bij paarden komt het niet zo vaak voor, maar deze ingreep is in sommige gevallen wel noodzakelijk om moeder en veulen te redden.

Dierenartsen Jozef Colman en Nick Moreels vertellen aan Landbouwleven over de aller eerste keizersnede bij een paard eind jaren ‘50 op de toenmalige veeartsenijschool in Gent.

Geen vorderingen

De zesjarige trekpaardmerrie Iris du Malametz van Tom Vandenbossche uit Lebbeke was voor de derde keer drachtig. Na een dracht van elf maanden en drie weken was het tijd om het veulen te laten komen vond Iris. Bij haar vorige twee veulens lukte het haar, met enige trekkracht, om de zware veulens vlot ter wereld te zetten. Ditmaal maakte de merrie geen vorderingen.

Wat konden we nog doen?

Vandenbossche besloot om dierenarts Jozef Colman te laten komen. Het veulen lag met zijn voorbenen bij de uitgang en het hoofd kon er met geen mogelijkheid bijgehaald worden. Een half uur probeerde de dierenarts het hoofd in de goede positie te krijgen, maar het leek onmogelijk. “Wat konden we nog doen”, vroeg dierenarts Jozef Coman zich af.

Keizersnede ter plaatse

“Een foetotomie (het in delen uit de merrie halen) was geen optie, het veulen was namelijk gelukkig nog in leven. Euthanasie van de merrie zou vreselijk zijn. Door de merrie naar een dierenkliniek te transporteren zouden we kostbare tijd verliezen en zou het veulen dood geboren worden.” Colman probeerde de beste oplossing te verzinnen en belde zijn collega Nick Moreels op. “Een tweede dierenarts erbij roepen en de keizersnede ter plaatse uitvoeren was de beste optie”, volgens Colman.

Negentig kilogram

Nick Moreels vertelt dat de merrie snel onder verdoving werd gebracht. “De buik werd na het scheren in de lage flank geopend en een merrieveulen van 90 kilogram werd vlot geboren. Het veulen ademde snel en was na een half uur fris wakker. Ondertussen werd de nageboorte verwijderd en de baarmoeder gehecht met een speciale hechting om het bloeden te voorkomen. Verder verliep de operatie vlot. Na de operatie is de merrie snel recht gekomen. De dagen daarop werd de baarmoeder dagelijks gespoeld om resterend bloed en overgebleven nageboorte te verwijderen. De volgende dagen verliepen naar wens.”

Lage kans op vruchtbaarheid

Na een keizersnede worden de meeste merries niet meer gedekt, er zijn nog weinig gegevens over de vruchtbaarheid bij de merries die een keizersnede zijn ondergaan. Normaal gesproken is er een mindere vruchtbaarheid. Het is ook niet verstandig om de vrouwelijke viervoeter in het zelfde seizoen nog te dekken. Het is belangrijk dat alles goed kan herstellen.

Verschil tussen leven en dood

Deze manier van geboorte is abnormaal bij paarden en is een spoedgeval. Enkele minuten kunnen al het verschil maken tussen een levend en een dood veulen.

Overlevingskans vergroten

Abnormale geboortes komen ongeveer bij vier procent van de merries voor, relatief weinig dus. Elke situatie is anders en er moet per situatie goed gekeken worden naar wat te doen om de overlevingskans van zowel de merrie als het veulen te vergroten.

Waarom keizersnede?

Een keizersnede kan gewenst zijn bij veulens die in een abnormale positie liggen, als het veulen dwars ligt of een veulen met kromgegroeide ledematen of een kromgegroeide hals. Een baarmoedertorsie (draaiing) bij het veulenen is ook nog een oorzaak waardoor er een keizersnede uitgevoerd moet worden.

Tien minuten is tien procent

Bij problemen wordt er eerst gekeken of de positie van het veulen veranderd kan worden en of een verhoogde trekkracht zinvol is, voordat er een keizersnede wordt uitgevoerd. Veulens kunnen in vergelijking met kalfjes veel vlugger sterven als de geboorte te lang duurt. Iedere tien minuten daalt de kans op een levend veulen al met 10%. Elke minuut is dus van belang.

Geen hoge overlevingskans

De kans dat zowel de merrie als het veulen de keizersnede overleven is niet zo groot. Door alle mogelijke complicaties daalt dit percentage voor de merrie tot ongeveer 60%. Slechts 30% van de veulens wordt na een keizersnede levend geboren, maar het uiteindelijke overlevingspercentage is maar 10% bij de veulens.

Tekst: Isa Vorkink voor Cap Magazine, Overname zonder bronvermelding én toestemming via redactie@capmagazine.eu is niet toegestaan.

Bron: Landbouwleven.be / Cap Magazine

Lees ook: Van dracht tot bevalling, van geboorte tot in de wei

Dragende merrie: Extra voeding?

0
Dragende merrie, veulen drinkt bij moeder

En merrie is elf maanden drachtig. In die eerste maanden heeft de dracht nog weinig extra aandacht nodig. Maar zodra het einde nadert heeft de dragende merrie baat bij extra voeding.

Wanneer de merrie nog maar vier maanden hoeft, is het verstandig om haar extra te ondersteunen in de voeding. Door de merrie tijdens de dracht zo optimaal mogelijk te voeren zorg je voor een gezonde merrie en die geeft doorgaans goede biest. Biest is erg belangrijk voor het veulen, in deze eerste melk van de merrie zitten onder meer inmisbare afweerstoffen. Een goede kwaliteit biest zorgt dus voor een gezond veulen.

Hoe je de merrie tijdens de dracht voert is dus erg van belang voor het veulen. Komt je veulen tijdens de dracht al voedingstoffen te kort, dan kan dit invloed hebben op zijn prestaties later.

Rantsoen in balans

Maar hoe voer je dan goed? Je wil je merrie niet te dik hebben, dat is natuurlijk niet gezond. Wanneer je merrie op goed gewicht is, dan mag ze wat extra’s krijgen. Maar zorg in ieder geval dat haar rantsoen in balans is: voldoende ruwvoer en krachtvoer met genoeg eiwitten en voedingsstoffen. Wordt de merrie nog in de sport gebruikt, dan mag er krachtvoer gegeven worden. Merriebrok is niet nodig tot aan de laatste vier maanden van de dracht, anders loopt ze kans op overgewicht.

Extra’s

De grootte van het veulen is bepalend voor de behoefte aan voedingstoffen; hoe groter het veulen hoe meer behoefte. Zorg vooral dat je merrie genoeg vitaminen en mineralen binnenkrijgt. Vooral van vitamine A en E kan de merrie wat extra’s nodig hebben. Koper en zink zijn ook erg belangrijke stoffen. Maar vooral de ruwvoerkwaliteit is bepalend. Laat een analyse uitvoeren  van het ruwvoer en laat  daar een voeradvies uit voortkomen.

Adviseren

Er is dus eigenlijk geen standaard advies voor een dragende merrie. Het kan per merrie heel erg verschillen wat haar behoeftes zijn. Maar het is wel erg belangrijk dát ze voorzien wordt van een goed rantsoen. Laat je adviseren door een deskundige. Gezonde merrie betekent een gezond veulen en een gezond veulen betekent een gezonde eigenaar!

Bekijk hier de uitgebreide informatie over voedingstoffen voor de merrie.

 

Tekst: Isa Vorkink voor Cap Magazine, Overname zonder bronvermelding én toestemming via redactie@capmagazine.eu is niet toegestaan.

Bron: Paardenarts

Onderzoek: Pijn bij veulens anders dan volwassen paarden

0
Pijngrens van veulens in gezichtsuitdrukkingen
Foto: Sanne Wiering

Paarden drukken pijn uit via gezichtsuitdrukkingen en lichaamstaal. Veulens doen dit ook maar hun pijngrens ligt anders. Volgens Nederlandse wetenschappers drukken veulens pijn anders uit dan volwassen paarden.

En daarom hebben ze hun eigen pijn gerelateerde gezichtsuitdrukkingsschaal nodig die uniek is voor veulens, vindt Thijs van Loon. Hij is universitair docent aan de Universiteit Utrecht in Nederland. “Door deze pijnniveaus te leren, die veulens ervaren, kun je pijn herkennen, de pijn beheersen en de medicatiedosering optimaliseren.”

Video’s

Van Loon maakte met zijn collega-onderzoekers, video’s van 60 seconden waarbij twintig veulens pijnlijke aandoeningen lieten zien, zoals verwondingen en koliek. Er werden beelden getoond vóór het toedienen van pijnmedicatie en ná de medicatie. Daarnaast werden 39 gezonde veulens gefilmd. Al de veulens die gefilmd werden waren variërend van 1-2 dagen oud tot zes maand oud.

Een senior anesthesist en zijn studenten diergeneeskunde bekeken de filmpjes. Zij wisten niet welke veulens gezond waren, welke pijn hadden en welke al waren voorzien van medicatie. De studenten kregen een tweedaagse training over het identificeren van verschillende soorten gezichtsuitdrukkingen bij paarden.

Overeenkomsten en verschillen

Ze kwamen tot de ontdekking dat veulens en volwassen paarden een paar dezelfde pijn gerelateerde uitdrukkingen delen. Ze hielden oren naar achteren, de oogleden waren gespannen, maar er bleken ook grote verschillen. Volwassen paarden laten het wit van hun oog zien bij acute pijn, veulens laten niet meer wit zien in de ogen bij acute pijn.

De reden daarvoor is volgens Van Loon dat ze doorgaans al de hele tijd meer wit in hun ogen laten zien. “Ze kijken constant rond, draaien hun hoofd en kijken bijna continu naar verschillende dingen om hen heen”, zei hij. “Je ziet veel oogwit in deze veulens, zelfs als ze spelen of de omgeving scannen. Dus dit was een van de dingen waar we rekening mee wilden houden en die we van de weegschaal wilden verwijderen om valse positieven te voorkomen.”

Flemen

Veulens vertonen ook geen fleem-reactie in verband met acute pijn, in tegenstelling tot volwassen paarden. In feite lieten gezonde veulens vaker de bovenlip krullen dan veulens met pijn. “Dit is ook iets wat we al weten van volwassen paarden, dat de reactie van flemen niet noodzakelijk betekent dat het paard pijn heeft, omdat het een natuurlijk gedrag is. Maar het is iets dat vooral geassocieerd wordt met koliekpijn bij volwassen paarden en er is een duidelijk verschil tussen gezonde dieren en dieren met acute pijn (met betrekking tot volwassen paarden).”

“In de veulenstudie zagen we echter veel gezonde, pijnvrije veulens die veel fleem-gedrag vertoonden. Dat heeft waarschijnlijk te maken met het verkennen van de omgeving. ” Veulens flemen vanaf de eerste levensdag en laten zo vaak  zien dat het niet kan worden gebruikt als een betrouwbare indicator van pijn”, aldus van Loon.

Tandenknarsen

Er kwam ook naar voren dat veulens niet vaker met hun tanden knarsen zodra ze die hebben. “Dit is anders dan volwassen dieren”, zei hij. “We zagen geen tandenknarsen, zowel bij de neonatale veulens zonder snijtanden, als bij de oudere veulens met tanden.”

Basistraining

De studenten hadden weinig ervaring met het herkennen van paardengedrag, maar hadden allemaal dezelfde bevindingen bij het bekijken van de video’s. Het geeft aan dat slechts een basistraining nodig is voor ruiters, fokkers, handelaren om makkelijk pijn te kunnen zien bij veulens.

Ethogrammen

Hoewel deze pilotstudie een goed overzicht gaf van specifiek pijn gerelateerd gedrag bij veulens, is er volgens Van Loon meer onderzoek nodig om de resultaten te bevestigen. Zijn team hoopt ook de analyse van pijngedrag van veulens te verfijnen en ethogrammen (tabellen) te ontwikkelen die specifiek zijn voor verschillende soorten acute pijn. Zoals koliekpijn versus musculoskeletale (bewegings) pijn. In de toekomsthopen ze ook pijnschalen voor chronische pijn te creëren.

App

Uiteindelijk zouden de resultaten kunnen leiden tot een veulen-specifieke sectie in de app ‘Equine Pain and Welfare App (EPWA)’. Die app is gratis te downloaden voor paardeneigenaren.

Zie ook: Epwa

Bron: Horse and people

Van hengst uitzoeken tot insemineren, dekseizoen in aantocht

0
Van hengst uitzoeken tot insemineren, dekseizoen in aantocht
Drachtige merrie. Foto: Digishots

In maart gaat (over het algemeen) het dekseizoen al weer van start! Ben je van plan om dit jaar jouw merrie te laten dekken? Het is belangrijk om goed voorbereid te zijn.

Voor welke hengst ga je, wat gaan de kosten zijn, wat doe je tijdens een bevalling, waar gaat het veulen heen zodra hij afgespeend mag worden? Allemaal punten waar je over na moet denken voor je besluit om je merrie te laten dekken.

Opvolger voor je merrie

Stel: Je hebt de knoop doorgehakt en wil dit jaar dan toch echt je merrie laten dekken. Het veulen wordt misschien wel een leuke opvolger voor je (sport)merrie. Je begint met het uitzoeken van een hengst, dit doe je niet zomaar. Een hengst kies je niet alleen op basis van het uiterlijk tenslotte.

Verbeteren of een leuk kleurtje?

Bekijk je merrie, wat zijn haar zwakke of mindere punten? Is ze misschien erg lang, kies dan voor een wat korter gebouwde hengst. Heeft je merrie korte benen, dan kun je wellicht gaan kijken naar een hengst die hoger op de benen staat. De keuze is altijd wat je zelf wil. Een hengst met een leuk kleurtje is natuurlijk erg leuk maar je wil ook een goed en gezond veulen fokken, ook als het niet je doel is om de sport in te gaan. Dus ook bij hengsten met een leuk kleurtje is het verstandig te kijken naar de bouw.

Commercieel of voor jezelf?

Als je commercieel fokt kijk je naar afstamming, aanlegtesten, scores en eventuele dragers van bepaalde genen. Maar wanneer je het veulen voor jezelf fokt, zonder toekomstig sportdoel, zal dit waarschijnlijk veel minder belangrijk voor je zijn.

Het insemineren

Zodra je de hengst gevonden hebt komt misschien nog wel het moeilijkste en spannendste gedeelte: de dekking of inseminatie. Sommige hengsten staan op een dekstation, het gebeurt meestal dat je daar de merrie laat insemineren. Maar je mag vaak ook sperma bestellen om je merrie bij een ander dekstation te laten bevruchten.

Hengstigheid van de merrie

Het kan soms best lastig zijn om de hengstigheid van je merrie te ontdekken. In sommige gevallen kan de merrie hengstig gespoten worden zodra ze niet goed hengstig wil worden. Daarna wordt je merrie opgevoeld om te kijken wanneer het juiste moment voor bevruchting is. Soms moet je een aantal keren terug komen. Deze stappen kosten allemaal geld, van het hengstig spuiten tot het opvoelen. Houd hier dus rekening mee.

Niet drachtig worden

Het bevruchten lukt niet altijd in één keer. Soms moet je een aantal pogingen doen om je merrie drachtig te krijgen. Daarom is het advies ook om zo vroeg mogelijk te beginnen, dan heb je nog tot het einde van het dekseizoen om het te proberen. Heel soms wil de merrie echt niet drachtig worden. De dierenarts kan dan de baarmoeder onderzoeken. Er kunnen bijvoorbeeld cysten op de eierstokken zitten. Cysten zijn vochtblaasjes in de baarmoeder die ervoor kunnen zorgen dat een merrie minder makkelijk of niet drachtig wordt.

Als het geslachtsorgaan in orde is, kan het niet drachtig willen worden andere oorzaken hebben. In overleg met de dierenarts kun je kijken wat je dan moet doen. Soms kan het ook aan de hengst liggen, het bevruchtend vermogen  kan bijvoorbeeld minder zijn, en kan per hengst verschillen.

Het moment dat op de scan een kloppend hartje te zien is, is natuurlijk een fantastisch moment. Dan begint het pas, alles wordt echt.

In het artikel ‘Van dracht tot bevalling, van geboorte tot in de wei’ lees je alles over de stappen die daarna volgen.

Tekst: Isa Vorkink

Bron: KWPN

Veulenseizoen: Moederloze veulens en pleegmerries

0
Merrie met veulen rennend door de wei
Foto: Sanne Wiering

Het veulenseizoen is begonnen! Een spannende tijd voor fokkers en iedereen die een veulen verwacht. 95% van de bevallingen verloopt gelukkig zonder problemen. Helaas zitten er ook risico’s aan het fokken en is de kans op het verliezen van een merrie of veulen aanwezig.

Het komt wel eens voor dat het veulen of de merrie overlijdt tijdens de bevalling. Hoe goed je alles ook hebt voorbereid. In deze situatie is het  zeer aan te raden om een pleegmerrie voor je veulen te  zoeken. Het verzorgen van een moederloos veulen is niet alleen ontzettend zwaar, maar ook voor het kleintje is het beter om opgevoed te worden door een merrie.

Hormonen

Een merrie die haar veulen is verloren kan een mooie uitkomst zijn voor een veulen die net zijn moeder is verloren. De melkproductie is dan al op gang en de moeder heeft hormonen om voor de kleine viervoeter te kunnen zorgen.

Groot bereik

Via een dierenarts kun je een pleegmerrie vinden. Maar ook op Facebook verschijnen meestal oproepen die meermaals gedeeld worden en daardoor een groot bereik hebben. Dat maakt de mogelijkheid om met elkaar in contact te komen groter. Dan is er  de grootste kans op overleving.

Volledige dracht

Het is belangrijk dat de merrie al een volledige dracht heeft doorstaan. Door een vroegtijdige abortus heeft de merrie niet genoeg hormonen waardoor het niet in staat is om een veulen aan de voet te nemen.

Unieke procedure

Er zijn ook speciale klinieken die merries voorhanden hebben die door een unieke procedure (uiteraard begeleid door een dierenarts) een door hormonen in gang gezette bevalling meemaken. Hierdoor is de kans dat de koppeling met een moederloos veulen lukt.

Verdiep je van tevoren in de verschillende mogelijkheden, dan ga je goed voorbereid het veulenseizoen in!

 

Tekst: Isa Vorkink

Hoge paardenprijzen: “Het is net alsof je een lot koopt, je hebt geluk of niet”

0
Catalogus Limburgse Veulenveiling 2015 © DigiShots
Catalogus Limburgse Veulenveiling 2015 © DigiShots

Je kijkt even op marktplaats, sporthorses en Facebook. Gaat langs stallen of naar een veiling. Een paard kopen is niet zo moeilijk, wel zijn ze behoorlijk duur.

Nu is ‘duur’ voor iedereen een ander begrip, maar de prijzen stijgen wel! Je praat niet over een paar honderd en soms ook niet over een paar duizend euro.

De prijs heeft met veel factoren te maken. Afstamming, leeftijd en opleiding spelen mee bij het kopen van een paard en het bepalen van de prijs. Goede bekende vaders
verkopen over het algemeen beter. Niet te jong en niet te oud, dat is wat de meeste mensen willen.

Wanneer een paard al wat ervaring heeft, is dat handig en scheelt veel tijd. Zoek je een recreatie paard dat wat ouder is en niet veel hoeft te presteren (of heeft gepresteerd), zal de prijs daarvan niet heel hoog liggen. Maar zoek je een jonger sportpaard dat al een hoger niveau gelopen heeft, zal je natuurlijk veel meer betalen. Het is maar net waar je naar op zoek bent.

“Het heeft eigenlijk gewoon te maken met hoe rijk de persoon is.” – Leon Eggink

Emotie

Maar dat is het niet alleen. Op veilingen gaan embryo’s, veulens en jonge paarden voor gigantische prijzen onder de hamer. Van tien tot vijftig duizend en van een ton tot een half miljoen. Kopers nemen een beslissing die bepaald wordt door emotie. Het ene veulen verandert voor tienduizend euro van eigenaar; hetzelfde veulen, met dezelfde bewegingen, kleur en afstamming kan ineens veel meer opbrengen.

“Als een bieder het veulen heel graag wil zal het door bieden tot hij hem heeft”, legt Leon Eggink. Hij zit in het bestuur van het KWPN. “Het heeft eigenlijk gewoon te maken met wat de koper te besteden heeft. Het is maar net wat de gek er voor geeft.” Egginks opa is ook fokker en fokt voornamelijk KWPN’ers. “KWPN-ers zijn, ook voor het buitenland, gewild. Daardoor is de prijs voor die paarden ook iets ook hoger. De prijzen in Nederland zijn al relatief hoog, maar in het buitenland praat je al gauw over tonnen.”

Parabool

“De prijzen gaan met de jaren als een soort parabool, gelijkmatig stijgen de prijzen maar
ze kunnen in een jaar ook enorm dalen”, vult Eggink aan. “Het schommelt met de jaren en het zal nooit stabiel zijn.”

Het fokken is het begin en de basis. Vanuit daar ontstaat er natuurlijk een paard dat het geld oplevert. Het is leuk, een veulentje dat lekker door de wei huppelt en drinkt bij zijn moeder. De maanden die voorbij gaan dat het veulen opgroeit en steeds meer zelf gaat kunnen, grasjes eten, en heerlijk door de wei heen huppelt.

Nikki Hulstein fokt met haar moeder elk jaar verschillende veulens. “Het begint al met de juiste hengst uitzoeken, ga je voor commercieel bloed of pak je dit jaar een jonge hengst” , zegt Hulstein “Je kijkt ook naar type merrie. Heb je een grote merrie met weinig bloed, dan moet je kiezen voor een fijne hengst met veel bloed.”

“De meeste mensen zeggen altijd dat een eigen fokkerij de langste weg is.”-Nikki Hulstein

Het fokken is naast dat het leuk is ook heel risicovol en stressvol. Dat begint al tijdens het insemineren van een merrie. Wordt de merrie wel drachtig? Krijgt de merrie geen complicaties, blijft het veulen wel leven? En dan nog die bevalling, overleven moeder en veulen het wel? Fokken is een heel groot risico, je stopt er veel geld in, in de hoop er iets geweldigs voor terug te krijgen. Maar daar in tegen kan je het veulen, of zelfs je hele goede merrie verliezen.

“Wij hebben wel eens een jaar gehad dat er geen één merrie drachtig werd, dat betekent een jaar geen veulens. Dan moet je investeren en goede paarden kopen”, zegt Hulstein. “Wij hebben elk jaar twee tot drie veulens, als je dan een jaar niks hebt dan mis je de doorstroom.”

Verlies

“De meeste mensen zeggen altijd dat een eigen fokkerij de langste weg is, je investeert vanaf jaar nul, tot de verkoop van het paard”, zegt Hulstein. “Het kan gebeuren dat een paard ‘niet goed genoeg’ is voor de sport, niet groot genoeg is of jong komt te overlijden.”

De familie Hulstein is het afgelopen jaar al twee paarden verloren. “Wij hadden een prachtige Freeman ruin, die hebben we zelf gefokt. Hij is overleden door een gescheurde aorta toen hij vijf jaar was. Dit paard liep al wedstrijden met onze vaste ruiter waardoor de kosten al hoger waren. Dit is echt een grote domper bij het fokken”, zegt Hulstein. “Daarnaast hadden wij een dressuurveulen aangekocht. Normaal hebben we eigenlijk alleen springpaarden, maar deze werd helaas een jaar later verlamd en hebben wij daardoor in moeten laten slapen. Dat ligt mij echt na aan het hart!”

Aan het werk

Wanneer het veulen drie jaar in de opfok heeft kunnen opgroeien van een puppy tot een jong paard moet het daarna aan het werk. Het verschilt per paard hoelang het duurt voor het paard goed opgeleid is. De een leert wat makkelijker dan de ander. In deze opgroei- en opleidingstijd kom je er achter of dit paard daadwerkelijk talent heeft. Het kan tijdens een veulenveiling wel prachtig door de baan sjouwen, of als twee of drie- jarige prachtig over een sprongetje springen, maar als het echte werk erop aan komt moet het paard ook daadwerkelijk écht talent hebben.

Blijkt dit achteraf minder te zijn dan is het natuurlijk heel erg zonde van je investering. Daarna wil je er eigenlijk ook wel weer winst uit halen door hem te verkopen. Maar of dit ook echt mogelijk is? “De meeste goede paarden worden duur aangekocht. Dus deze moet je automatisch ook weer duurder doorverkopen. Als er een paard wordt gekocht voor dertig duizend en deze loopt een jaar lang mee in het internationaal, moet je er het dubbele weer voor terugkrijgen want anders verdien je er weinig mee”, zegt Hulstein

“Het is ook een soort aanzien en status die je hebt.”-Leon Eggink

Geld opleveren

De dekkingskosten, de opfokkosten en dan nog de trainingskosten lopen vaak op. Vandaar dat de paarden ook flink wat geld kunnen opleveren wanneer het ook goed presteert. Maar Eggink denkt dat door al deze kosten er toch weinig winst te behalen valt. “Veel fokkers doen het voor de leuk.”

Een paard is en blijft kostbaar. Of je het nou zelf fokt of er een aanschaft, er zullen ook altijd risico’s blijven aan het kopen. “Het is net alsof je een lot koopt, je hebt geluk of niet, want een bloedlijn is een richtlijn maar zegt zeker niet alles. Wij hebben wel eens een veulen gehad met de allermooiste lijnen maar hij werd slechts 1.58 en raakte bijna elke balk die hij tegen kwam” , sluit Nikki af.

Tekst: Isa Vorkink

Van dracht tot bevalling, van geboorte tot in de wei

0
Foto: Sanne Wiering

Van februari tot en met juli staat in het teken van de veulentjes! Zes maanden lang brengen merries nieuw leven. De kleine paardjes zien voor het eerst het daglicht. Wankelend in de benen komen, het gesabbel aan de tepel van de merrie en de eerste hinnikjes.

Februari is nog vrij vroeg, maar dan komen wel de eerste veulentjes. Het is nog koud buiten. Geen mooie groene bomen of een heerlijk lente zonnetje. Het veulen moet nog even een maandje op stal blijven. Vanaf eind maart, begin april begint het lente weer langzaam te komen. De veulentjes mogen voor het eerst naar buiten. Galopperend en springend gaan de kleine monstertjes door de wei. Tot en met september zien we de vrolijke kleintjes in de wei. Daarna gaan ze naar de opfok, een groep met meerdere halfjarige, om op te groeien voor de komende drie jaar.

Natuurlijk proces

De dracht van een merrie is elf maanden. Tussen de 10,5 en de 12 maanden kan de merrie gaan bevallen. De merrie zal eerst wat gevulde uiers krijgen en slappe banden bij de achterhand. De opeenvolgende dagen worden de uiers dikker en dikker, gevolgd door druppels met biest. Dat is een teken dat het niet heel lang meer gaat duren. En merrie kan wat onrustiger worden en stoppen met eten. Het belangrijkste is goed observeren. Je kan eigenlijk niets doen. De merrie doet alles zelf. Vaak wacht de merrie met bevallen tot er rust is en de mensen weg zijn. De meeste bevallingen gaan probleemloos. Zodra er iets mis lijkt kun je beter wachten op de dierenarts dan zelf helpen.

Verschillende problemen

Er kunnen zich verschillende problemen voordoen. Een daarvan is een Redbag delivery. Dat betekent dat de placenta als eerst komt. Dit is een heel cruciaal moment. Zonder placenta gaat het veulen dood. De placenta hoort normaal gesproken nog vast te blijven zitten tijdens de bevalling, het voorziet het veulen van zuurstof. Zodra de placenta eruit is (dit gaat vaak al niet zonder problemen) moet het veulen zo snel mogelijk uit de merrie. Binnen enkele minuten kan het veulen al dood gaan doordat het geen zuurstof krijgt. Bij dit probleem moet er een dierenarts aan te pas komen. Een bevalling van een paard
gaat heel vlot, in dit geval duurt het lang. De merrie gaat liggen, staan, liggen. Het kost de merrie veel moeite, ze perst maar er komt geen veulen. Het is belangrijk om de ernst van de situatie te weten. Vraag de dierenarts wat je ondertussen kunt doen tot dat hij er is.

Bevalling meemaken

Verreweg de meeste bevallingen gaan goed. Voor je het weet ligt er een veulen naast je merrie. Het is moeilijk om een bevalling bij te wonen, omdat de merrie probeert te wachten tot je weg bent. Er bestaat een ‘birth alarm’ deze kun je bevestigen aan de merrie. Hij detecteert zodra de merrie plat gaat liggen. Het systeem belt je telefoon. Op deze manier kun je bij de bevalling zijn, dat is vooral belangrijk als er wat mis gaat. Tegenwoordig heb je ook camera’s die je kunt ophangen om van een afstandje in de gaten te houden wat er gebeurd.

Nageboorte

Maar ook wanneer er een gezond veulen naast de merrie ligt kunnen er problemen ontstaan. Nadat het veulen eruit is moet er nog een nageboorte komen. Dit gebeurt meestal een half uur na de geboorte. Zodra de nageboorte er na drie uur nog niet af is moet er een dierenarts komen. Die geeft de merrie een medicijn waardoor de baarmoeder gaat samentrekken. De placenta laat los en komt eruit.

De eerste biest

Zodra het veulen geboren is zal het zo snel mogelijk proberen te staan. Dit kost enige moeite en gestuntel. Dit geeft niet, het veulen moet zelf in de benen kunnen komen. Het is niet gebruikelijk dat de mens hierbij helpt. Nadat het veulen staat zal hij zo snel mogelijk de tepel vinden om te drinken. De eerste biest van de moeder is zeer belangrijk. Hier zitten antistoffen in die belangrijk zijn voor het veulen. Dit hoort binnen 90 minuten te gebeuren. Binnen twee uur gaat het veulen poepen.

Dummy veulen

Er bestaat ook een zeer uitzonderlijke en bijzondere situatie. Na de bevalling heeft het veulen geen zuigreflex. Het zal wat duf ogen, niet alert zijn en niet reageren op de moeder. Deze situatie is nog niet heel bekent in Nederland. Deze veulens noemen ze ook wel een dummy veulen. Vanuit Amerika is er een methode, Madigan Foal Squeeze Procedure for Neonatal Maladjustment Syndrome. Ze laten het veulen ‘opnieuw geboren worden’ er worden touwen om het veulen gedaan. Met enige druk word de bevalling opnieuw nagebootst. Het veulen lijkt een soort van wakker te worden, hij rekt zich uit en krijgt een zuigreflex. Het gaat daarna goed met het veulen, hij zal er niets aan overhouden.

Naar buiten!

Het is belangrijk voor de merrie-veulenband om de eerste dag binnen te blijven. Het veulen mag een dag later naar buiten. Het leukste moment! Het veulen blijft dicht bij de moeder. Hengsten zijn vaak ondeugender, brutaler en willen nog wel eens wat verder van de moeder weg. Je kan vanaf dag één al een halstertje omdoen. Hoe eerder, hoe makkelijker het is. De eerste weken staat de moeder met het veulen alleen, daarna is het goed voor het veulen om met een leeftijdsgenootje en een merrie komen te staan. De veulens kunnen dan heerlijk spelen en opgroeien!

Tekst: Isa Vorkink

Hoefverzorging: ook voor veulens erg belangrijk

0
Fokkerijdag

Het laten opgroeien van een veulen vergt kennis en tijd. De verzorging van de hoeven is van jongs af aan zeer belangrijk en vormt ook onderdeel van de verzorging én de opvoeding.

Al vanaf het begin af aan heeft de hoefverzorging een grote invloed op de algemene gezondheid van het jonge paard, en zelfs op zijn sportieve vooruitzichten.

Structuur

Wanneer een veulen wordt geboren, heeft de hoef al de structuur die hij voor het leven zal hebben. Alleen als het veulen pas geboren is, zijn de hoefjes nog relatief zacht, om de baarmoederwand te beschermen tegen het schoppen. Na de geboorte wordt de hoef snel harder en ontwikkelt die zich steeds beter.

Vroege diagnose

Onderzoeker O’Grady zegt dat het handig is om in de eerste twee weken na de geboorte al iemand naar de hoeven te laten kijken. “Dit om de conditie van de hoeven en de beenstand te beoordelen, en om te kijken of en hoe die van invloed is op de beweging van het jonge paardje.”

O’Grady zegt dat vroege diagnose en conservatieve zorg misvormingen kunnen verbeteren, zoals afwijkingen in de beenstand. “In de eerste vier maanden is het makkelijker om problemen te corrigeren, daarna wordt het veel moeilijker. Je hebt een betere kans om de problemen te verhelpen als problemen vroegtijdig worden opgemerkt.”

Mak maken

Behalve dat het goed is voor de hoeven, zit er ook een sociaal stukje aan vast om de hoeven te verzorgen. Door je veulen van kleins af aan te laten behandelen door een hoefsmid, leert hij dat het heel normaal is dat er mensen aan zijn benen zitten. Hier zul je later veel profijt van hebben.

Bron: The Horse

Foto: Shutterstock

Was het een wolf die een veulen doodbeet?

0

In de buurt van Hasselt (Limburg) is een pasgeboren veulen doodgebeten. Wie de schuldige is, wordt onderzocht; dat kan een wolf zijn, zo meldt Natuur & Bos.

Natuur & Bos bevestigt dat er enkele dagen geleden melding is gemaakt van een gedood veulen vlak bij Hasselt. Medewerkers waren snel ter plaatse voor een sporenonderzoek om na te gaan of het dier werd aangevallen door een wolf. Indien nodig zal er een DNA-onderzoek plaatsvinden.

Bron: HBVL.be

Foto: Istockphoto/Slavica

Veulen Filo heeft een belletje om… *video*

0

De merrie Sophie ziet helemaal niks. Ze is afhankelijk van de mensen die met haar omgaat of ze nergens tegenaan loopt. Alleen de wei, die kent ze. En nu is ze moeder geworden!

Sophie is voor zover haar eigenaresse weet de eerste blinde merrie in de wereld die een veulen heeft gekregen. Ze is super happy met haar hengstje Filo. Het veulen heeft een kattebelletje om, zodat Sophie weet waar haar kind zich bevindt. Goeie oplossing!

Bron: Dagblad van het Noorden

Foto: Shutterstock

Mishandeling: Benen van veulen aan elkaar getapet

0
diarree
veulen in de wei

In Lommel heeft een dierenbeul de achterbenen van een veulen aan elkaar getapet. Dierenmishandeling, vindt de lokale politie van Lommel terecht. Ze is op zoek naar getuigen.

Veulen is ok

Een interventieploeg van de politie kreeg gisteren, zondagmiddag, een melding binnen van mensen die het veulen hadden zien liggen. Het veulen werd bevrijd uit zijn benarde situatie en maakt het momenteel goed.

Getuigen gezocht

Nu zoekt de politie naar getuigen die iets verdachts in de omgeving van de wei hebben gezien. Het veulen stond in een weide langs het kanaal Bocholt-Herentals, ter hoogte van brug Barrier richting Nederland. De mishandeling heeft zich volgens de politie voorgedaan tussen zaterdagavond en zondagmiddag.

Bron: HLN

Foto: Shutterstock

Zo bereid je jezelf voor op de geboorte van een veulen

0
veulen

De geboorte van een veulen is zowel een mooie als een spannende tijd voor een fokker. Goed voorbereid zijn is de sleutel tot gemoedsrust.

Als fokker heb je elf maanden uitgekeken naar de geboorte van je veulen. En waarschijnlijk zelfs al veel langer, toen je een keuze moest maken welke hengst je voor je merrie zou kiezen.

Nu je merrie (bijna) is uitgerekend komen de praktische zaken. Een aantal tips:

Vaccinaties

Het is aan te raden om minimaal een maand voor de uitgerekende datum van de merrie de laatste griep- en tetanusvaccinaties te laten geven. Dit zorgt ervoor dat je veulen de eerste maanden van zijn leven beschermd is tegen virussen van buitenaf.

Ontwormen

Om te voorkomen dat er wormeneitjes door het lichaam van de merrie in de melk van het veulen terecht komen, is het handig om de merrie twee á drie dagen voor de uitgerekende datum te ontwormen.

Controleer wel altijd op de bijsluiter of het medicijn aan een drachtige merrie gegeven mag worden.

Omgeving

Beslis ruim van tevoren waar je wil dat je merrie gaat veulenen. Veel mensen pleiten ervoor om de merrie in een stal te laten werpen, maar een paddock of weide kan natuurlijk ook. Zorg er wel voor dat je merrie niet te ver weg kan lopen en dat ze altijd binnen het bereik van een lichtbron blijft. Veel merries willen graag bevallen als het donker en rustig is, maar als het nodig is, wil je haar wel kunnen zien!

Als je er wel voor kiest om je merrie in een stal te laten veulenen, moet deze stal wel groter zijn dan een standaard stal. De merrie moet voldoende ruimte hebben om te liggen. Het is aan te raden om stro te gebruiken om het moment dat het veulen komt. Stro is niet gevaarlijk als het veulen dit wil eten en een dik strobed voorkomt schade tijdens eventuele valpartijen.

Veulen-kit

Het is handig om een aantal zaken voorhanden te hebben, die je nabij de stal van je drachtige merrie bewaart. Daarin zitten onder meer:

  • Het telefoonnummers van de dierenarts
  • Steriele handschoenen
  • Schaar
  • Navelstrengklem
  • Spray om te ontsmetten
  • Handdoeken
  • Thermometer
  • Veulenbiest
  • Melkvervanger
  • Zaklamp

Verdiep je, in overleg met je dierenarts, ook eens in middelen waarmee je een veulen in geval van nood kunt reanimeren.

Over het algemeen kan een merrie zich prima zelf redden tijdens de bevalling, maar het is nooit verkeerd om een oogje in het zeil te houden. En bovendien wil je van dit mooie moment uiteraard zo min mogelijk missen.

Bron: Horse&Hound / Cap Magazine

Foto: Isa Wessels