Home Tags Opstijgen

Tag: opstijgen

Stijg jij wel eens op ‘aan de verkeerde kant’? Doen!

0

We hebben allemaal geleerd om aan de linkerkant van ons paard te lopen en om aan de linkerkant op te stijgen. Maar wist je dat het heel goed is om links en rechts af te wisselen om zowel je paard als jezelf meer symmetrisch te maken?

Het links lopen en opstijgen stamt nog uit de tijd dat de paarden gebruikt werden in het leger; de meeste mensen waren rechtshandig dus droegen hun zwaard links. Ondanks dat we nu allang geen zwaard meer dragen, houden we het links lopen en opstijgen nog in stand en krijgen we het allemaal zo aangeleerd.

Scheef en asymmetrisch

Het is goed om dit af te wisselen, want tijdens het lopen naast je paard buigt je paard zich namelijk vaak iets naar je toe; op deze manier wordt er snel een scheefheid gecreëerd. En dat terwijl we tijdens het rijden continu bezig zijn om ons paard recht te richten! Ondertussen zijn we eigenlijk zelf natuurlijk ook niet zo symmetrisch: voetballers zijn vaak rechtsbenig, ruiters zijn vaak rechts ook sterker dan links.

Asymmetrie herkennen

En zo zie je aan een paard ook vaak dat hij asymmetrisch is. De asymmetrie komt vooral tot uiting in oefeningen als wijken, waarbij het paard vaak de ene kant op beter wijkt dan de andere kant op. Dan krijg je schouderbinnenwaarts, travers, appuyeren…

Hoe moeilijker het wordt, hoe gemakkelijker de asymmetrie te herkennen is in het bewegingsverloop. Kijk maar eens naar de paarden die wat lager scoren in de Grand Prix. Die halen de overkant in het ene galopappuyement gemakkelijker dan wanneer die oefening op de andere hand moet worden uitgevoerd.

Aan twee kanten gelijk

We zouden ons enorm moeten inspannen om onszelf aan te leren om onszelf – en daarmee ook ons paard – aan twee kanten gelijk te krijgen. We zouden er eigenlijk aan moeten wennen om alles zowel links- als rechts te kunnen. En dus ook rechts opstijgen.

Supermoeilijk, maar: alles is te leren, óók op latere leeftijd. Je moet er alleen dan ontzettend bij (blijven!) nadenken. Voor het paard zou het in elk geval niet slecht zijn. Ook die zal er echter aan moeten wennen dat er opeens rechts van hem van alles gebeurt.

CAP Magazine/Veterinair Paardencentrum Kootwijkerbroek

Foto: Ruben Karnas

 

Alles over correct opstijgen

1

Opstijgen, iets waar je niet over na hoeft de denken, zou je denken. Maar er valt genoeg over te vertellen. Hoe doe je het eigenlijk op de juiste manier?

Aansingelen

Verkeerd opstappen – teveel gewicht aan één kant, neerploffen in het zadel – kan zorgen voor spanning bij je paard, en van daaruit, gedragsproblemen. Correct opstappen is dus belangrijk. Misschien overbodig om te noemen, maar singel nog wel een keertje aan voordat je opstapt!

Opstapkruk

Een opstapkrukje bij het opstappen is essentieel. Zorg ervoor dat je een variant gebruikt zonder spijlen waar het paard met zijn been in kan komen. Een opstapkruk heeft verschillende voordelen:

  • Het is beter voor je paard: het zorgt voor minder druk aan één kant bij de schoft en de wervelkolom.
  • Het is lichamelijk beter voor de ruiter, de lies en de rug van de ruiter worden minder belast.
  • Het is beter voor het behoud van je zadel, deze blijft meer symmetrisch.

Draait je paard telkens weg van het krukje? Zet hem dan in een hoek van de rijbaan en met het krukje op de tweede hoefslag. Zo kan het paard minder snel van je af draaien.

Verbinding houden

Als je vanaf de linkerkant opstapt, pak je met je linkerhand de teugels en houd je de manenkam voor het zadel vast. Houd de teugels zo kort dat je paard in een horizontaal evenwicht staat en je verbinding hebt met de mond. Zijn de teugels te los, dan zal het paard eerder naar voren weg stappen. Houd de teugels niet te strak, want dan stapt het paard achterwaarts.

Plaats je rechterhand aan de rechterkant van het zadel bovenaan de voorkant van de wrong. Als je de achterboom vasthoudt, hebt je kans dat je het zadel scheef trekt. Sta met je neus en navel richting de zijkant van het paard. Doe je linkervoet in de beugel, parallel aan het paard en met je tenen naar voren.

Dichtbij je paard blijven

Nu kun je opstappen. Blijf hierbij dichtbij je paard, zodat je er als het ware overheen schuift en geen zwieper hoeft te maken. Breng je bovenlichaam rustig maar zo snel mogelijk midden boven je paard. Mocht hij nu weglopen, dan ben je veel beter in balans. Hierdoor kun je gemakkelijker opstappen, maar zal het paard ook minder snel van je schrikken; je houdt hem zo in evenwicht.

Nu nog je rechterbeen rustig over het paard heen zwaaien. Pas op dat je niet met je voet of been de achterhand van het paard raakt. Als het goed is, zijn je billen al dicht bij het zadel en kun je nu rustig rechtop gaat zitten. Als je te ver van het zadel bent, heb je kans dat je met een plof in het zadel komt. Een rustig paard zal wel blijven staan, maar echt prettig is het natuurlijk niet voor je paard. Voor de gelijkheid in coördinatie en ontwikkeling bij het paard en de ruiter, kun je het links en rechts op- en afstappen afwisselen. Doe rustig je rechterbeugel aan je rechtervoet.

Verend afstijgen

Houd ook bij het afstappen verbinding met de mond door de teugels op de juiste lengte in je linkerhand te houden, op de manenkam. Doe beide voeten uit de beugels, breng je bovenlichaam naar voren. Zwaai je rechterbeen rustig over de rug van het paard. Vang je afsprong verend op door in je knieën te buigen. Spring je er te lomp af, dan kan je paard opzij springen.

Foto: Istockphoto/CasarsaGuru

Aan de gang met je net zadelmakke paard

0
Zadelmak paard
Een net zadelmak paard

Je net zadelmakke paard rijden. Als het allemaal goed gaat, is het niet zo spannend meer. Maar hoe voorkom je dat je paard negatieve ervaringen krijgt, waardoor problemen ontstaan?  Een extra handje, voorbereiding en een flinke dosis geduld kunnen je een heel eind verder helpen. CAP magazine geeft tips.

1. Neem de tijd

Het zadelmak maken doet lang niet iedereen zelf. Het is in zeker zin een echt specialisme, en moet heel bewust gebeuren. Zorg er wel voor dat je paard voordat het zadelmak gemaakt wordt halstermak is. Zadelmak, het aanrijden van het jonge paard, is niet iets dat in twee weken klaar is. Neem er de tijd voor, of gun de zadelmaker de tijd die hij nodig denkt te hebben. Voordat er ‘een stuur, een gas en een rem’ op je paard zit, ben je zomaar acht weken verder.

2. Direct erop

Als je paard zadelmak is en de ruiter die je paard zadelmak maakt, geeft aan dat je paard er klaar voor is om daar jou gereden te worden, wacht daar dan niet te lang mee, maar stap er direct op. Bij voorkeur onder begeleiding van de ruiter die je paard zadelmak heeft gemaakt, want die kent jouw paard op dat moment het beste. Na die eerste rit trek je je verdere plan.

3. Rust bij het opzadelen

Al voordat je paard zadelmak gemaakt wordt, leer je het om in de poetsplaats verzorgd te worden. Enthousiasme bij een jong paard is eigenlijk heel normaal, al moet dat wel binnen de perken blijven. Van een jong paard kan je accepteren dat hij niet meteen stilstaat, dat heeft gewoon wat tijd nodig. Maar na een aantal keren moet dat wel verbeteren. Pas als je paard echt relaxed op de poetsplaats staat, gaat het naar de ruiter om het zadelmak te maken.

4. Hulp bij het opstappen

Zoals ook al bij punt 2 naar voren kwam, is het goed begeleiding te zoeken. De ruiter die je paard zadelmak heeft gemaakt kan je helpen, maar als die ‘niet in de buurt is’, kan je ook iemand anders vragen. Bij het opstappen is het de eerste keren aan te raden altijd iemand in de buurt te hebben, die wanneer nodig kan helpen.

Bron: CAP Magazine

Foto: Stock