Home Tags Onderzoek

Tag: onderzoek

Het paardenoog: Hoe werkt dat precies?

0
Het paardenoog
Blauw Oog CHIO Aachen 2012 © DigiShots

Paarden hebben een heel ander zicht dan mensen. Om te beginnen staan de ogen van een mens naast elkaar en vooraan in het gezicht. De ogen van een paard staan aan de zijkant.

Dat, samen met nog andere verschillen, betekent dat zij de wereld anders zien dan wij.

Monoculair zicht

Doordat de ogen van paarden aan de zijkant staan van hun lichaam, zien zij twee verschillende beelden. Dit noemt men monoculair zicht. Elk oog ziet een ander beeld. Om het wat duidelijker te maken: als jij één oog afdekt, zie je met je andere oog monoculair. Vlak voor het paardengezicht kan hij binoculair zien, de twee beelden overlappen elkaar. Dat is hoe mensen kijken als ze met beide ogen kijken. Het is enkel met hun binoculair zicht dat paarden diepte zien.

Binoculair zicht is erg handig voor roofdieren die de afstand tot hun prooi moeten inschatten, terwijl rondom (monoculair) kunnen kijken heel belangrijk is voor prooidieren. Als paarden bijvoorbeeld grazen, kijken ze monoculair, ze scannen de omgeving. Moeten ze een voorwerp, sprong of mens inschatten, kijken ze binoculair.

Donker en licht

Paarden zien veel beter in het donker dan mensen. Paarden hebben wel een langere aanpassingstijd nodig dan wij, bij verandering van licht naar donker en omgekeerd. Dat verklaart waarom paarden soms moeite hebben wanneer ze een plaats binnenkomen met meer of minder licht. Bijvoorbeeld vanuit een donkere stal in het felle zonlicht. Als je vanuit de verlichte binnenhal ‘s avonds het donkere erf opstapt, kunnen ze iets schichtiger zijn dan anders, tot hun ogen zich aangepast hebben.

Nieuw onderzoek oogafwijkingen

Onderzoekers verbonden aan UGent en KU Leuven starten met een nieuw onderzoek naar een mogelijke genetische oorzaak voor oogafwijkingen waarbij paarden geboren worden met slechts één oog of zonder ogen. Voor dit onderzoek zijn ze op zoek naar paarden waarbij een bloed- en/of haarstaal afgenomen mag worden.

Genetische oorzaak

Het Center for Animal Breeding and Genetics van KU Leuven wil samen met de Faculteit Dierengeneeskunde (UGent) en FWO Vlaanderen meer inzicht krijgen in het ontstaan van aangeboren oogafwijkingen bij paarden. Bestaat er een genetische oorzaak voor afwijkingen waarbij paarden met één oog of blind geboren worden? In dat onderzoek wordt dit specifiek onderzocht. Het onderzoek wordt gesteund door PaardenPunt Vlaanderen en de stamboeken BWP en Zangersheide.

Oproep voor paarden

Heb of ken jij paarden die blind of met één oog geboren zijn? Graag zouden de onderzoekers bij deze paarden (en eventueel ook bij hun moeders) een bloed- en/of haarstaal afnemen. Deze staalname gebeurt door dierenarts Bram van Mol of, na overleg, door uw eigen dierenarts.

De staalname is volledig gratis en alle gegevens van eigenaars en individuele paarden blijven anoniem en worden niet publiek bekend gemaakt. Indien je jouw paard opgeeft voor het onderzoek, word je zelf ingelicht over de resultaten.


Aanmelden

Stuur een foto van de oogafwijking(en) met naam van je paard naar een van de onderzoekers: Bram van Mol: bram.vanmol@ugent.be of Steven Janssens: steven.janssens@kuleuven.be. Als je paard in aanmerking komt zullen de onderzoekers contact met je opnemen.


 

Bron: Hoefslag / Paardenpunt Vlaanderen

Lees ook: Houd oogproblemen bij oudere paarden in de gaten

Darmbacteriën zorgen voor betere prestaties bij paarden

0
Bloedonderzoek om de bacteriën in de darmente controleren

Uit onderzoek tijdens de International Endurance Competition in Fontainebleau blijkt dat een paard beter presteert door bacteriën in zijn darmen.

Er werd bloed afgenomen van twintig paarden die deelnamen aan de wedstrijd. Dit gebeurde voor en na de acht uur durende competitie, daarbij werd gekeken naar welke bacteriën in de darmen van de paarden te vinden waren.

Langer energie

Bepaalde bacteriën gaven chemische signalen af die ervoor zorgden dat de viervoeters langer energie hadden. Het proces in het lichaam dat onderzocht werd bij de paarden is vergelijkbaar met dat van de mens die een marathon loopt. Het Franse onderzoeksinstituut Frontiers in Molecular Biosciences publiceerde dat onderzoek.

Mitochondriën

Mitochondriën pikken de signalen van de bacteriën die worden afgegeven op. Mitochondriën zijn een soort energiefabriekjes van de lichaamscellen, die zorgen ervoor dat het lichaam van genoeg energie is voorzien om te kunnen presteren. De signalen zorgen ervoor dat het langer duurt voor het paard een te lage bloedsuikerspiegel krijgt. De ontstekingsreactie in de cellen van het paardenlichaam worden daarmee uitgesteld. Dat resulteert in langere uithoudingsvermogen tijdens de race.

Aanpassingen in dieet

Door dit onderzoek is er onder meer duidelijk geworden dat  er beter nagedacht moet worden over voeding van een paard, zodat het paard tijdens een langdurige inspanning zo goed mogelijk kan presteren. De juiste voedingssupplementen zorgen voor de toename van precies de juiste bacteriën in de darmen van de paarden, en om de juiste supplementen te vinden is een uitdaging, aldus de onderzoekers

Nauw verwant

De onderzoekers vermoeden waarom de energiefabriekjes van de cellen gevoelig zijn voor de signalen van de darmbacteriën: ze zijn nauw aan elkaar verwant. De verre, verre voorouders van de mitochondriën waren zelf bacteriën, die ooit deel zijn uit gaan maken van grotere cellen. Dat zou kunnen verklaren waarom de mitochondriën en bacteriën zo goed met elkaar kunnen communiceren.

Tekst: Isa Vorkink voor Cap Magazine, Overname zonder bronvermelding én toestemming via redactie@capmagazine.eu is niet toegestaan.

Bron: Nporadio1

Onderzoek: Pijn bij veulens anders dan volwassen paarden

0
Pijngrens van veulens in gezichtsuitdrukkingen
Foto: Sanne Wiering

Paarden drukken pijn uit via gezichtsuitdrukkingen en lichaamstaal. Veulens doen dit ook maar hun pijngrens ligt anders. Volgens Nederlandse wetenschappers drukken veulens pijn anders uit dan volwassen paarden.

En daarom hebben ze hun eigen pijn gerelateerde gezichtsuitdrukkingsschaal nodig die uniek is voor veulens, vindt Thijs van Loon. Hij is universitair docent aan de Universiteit Utrecht in Nederland. “Door deze pijnniveaus te leren, die veulens ervaren, kun je pijn herkennen, de pijn beheersen en de medicatiedosering optimaliseren.”

Video’s

Van Loon maakte met zijn collega-onderzoekers, video’s van 60 seconden waarbij twintig veulens pijnlijke aandoeningen lieten zien, zoals verwondingen en koliek. Er werden beelden getoond vóór het toedienen van pijnmedicatie en ná de medicatie. Daarnaast werden 39 gezonde veulens gefilmd. Al de veulens die gefilmd werden waren variërend van 1-2 dagen oud tot zes maand oud.

Een senior anesthesist en zijn studenten diergeneeskunde bekeken de filmpjes. Zij wisten niet welke veulens gezond waren, welke pijn hadden en welke al waren voorzien van medicatie. De studenten kregen een tweedaagse training over het identificeren van verschillende soorten gezichtsuitdrukkingen bij paarden.

Overeenkomsten en verschillen

Ze kwamen tot de ontdekking dat veulens en volwassen paarden een paar dezelfde pijn gerelateerde uitdrukkingen delen. Ze hielden oren naar achteren, de oogleden waren gespannen, maar er bleken ook grote verschillen. Volwassen paarden laten het wit van hun oog zien bij acute pijn, veulens laten niet meer wit zien in de ogen bij acute pijn.

De reden daarvoor is volgens Van Loon dat ze doorgaans al de hele tijd meer wit in hun ogen laten zien. “Ze kijken constant rond, draaien hun hoofd en kijken bijna continu naar verschillende dingen om hen heen”, zei hij. “Je ziet veel oogwit in deze veulens, zelfs als ze spelen of de omgeving scannen. Dus dit was een van de dingen waar we rekening mee wilden houden en die we van de weegschaal wilden verwijderen om valse positieven te voorkomen.”

Flemen

Veulens vertonen ook geen fleem-reactie in verband met acute pijn, in tegenstelling tot volwassen paarden. In feite lieten gezonde veulens vaker de bovenlip krullen dan veulens met pijn. “Dit is ook iets wat we al weten van volwassen paarden, dat de reactie van flemen niet noodzakelijk betekent dat het paard pijn heeft, omdat het een natuurlijk gedrag is. Maar het is iets dat vooral geassocieerd wordt met koliekpijn bij volwassen paarden en er is een duidelijk verschil tussen gezonde dieren en dieren met acute pijn (met betrekking tot volwassen paarden).”

“In de veulenstudie zagen we echter veel gezonde, pijnvrije veulens die veel fleem-gedrag vertoonden. Dat heeft waarschijnlijk te maken met het verkennen van de omgeving. ” Veulens flemen vanaf de eerste levensdag en laten zo vaak  zien dat het niet kan worden gebruikt als een betrouwbare indicator van pijn”, aldus van Loon.

Tandenknarsen

Er kwam ook naar voren dat veulens niet vaker met hun tanden knarsen zodra ze die hebben. “Dit is anders dan volwassen dieren”, zei hij. “We zagen geen tandenknarsen, zowel bij de neonatale veulens zonder snijtanden, als bij de oudere veulens met tanden.”

Basistraining

De studenten hadden weinig ervaring met het herkennen van paardengedrag, maar hadden allemaal dezelfde bevindingen bij het bekijken van de video’s. Het geeft aan dat slechts een basistraining nodig is voor ruiters, fokkers, handelaren om makkelijk pijn te kunnen zien bij veulens.

Ethogrammen

Hoewel deze pilotstudie een goed overzicht gaf van specifiek pijn gerelateerd gedrag bij veulens, is er volgens Van Loon meer onderzoek nodig om de resultaten te bevestigen. Zijn team hoopt ook de analyse van pijngedrag van veulens te verfijnen en ethogrammen (tabellen) te ontwikkelen die specifiek zijn voor verschillende soorten acute pijn. Zoals koliekpijn versus musculoskeletale (bewegings) pijn. In de toekomsthopen ze ook pijnschalen voor chronische pijn te creëren.

App

Uiteindelijk zouden de resultaten kunnen leiden tot een veulen-specifieke sectie in de app ‘Equine Pain and Welfare App (EPWA)’. Die app is gratis te downloaden voor paardeneigenaren.

Zie ook: Epwa

Bron: Horse and people

Onderzoek: Weidegang en overgewicht

0
onderzoek naar overgewicht bij paarden in de wei
Foto: Sabine Timman

Het in balans houden van het gewicht van je paard is niet altijd even makkelijk. Zeker nu de lente, met jong gras, voor de deur staat. Onlangs werden twee manieren van weidegang met elkaar vergeleken in een onderzoek door Spillers via de WALTHAM Equine Studies Group. De kernvraag was: kun je lichaamsgewicht van paarden, tijdens het groeiseizoen, onder controle te houden?

Drie groepen van vier pony’s, die hetzelfde gewicht, lengte en lichaamsconditiescore hadden, werden in een weiland geplaatst. Ze hadden een grasopbrengst, gelijk aan 1,5% (drooggewicht) van het lichaamsgewicht van de pony’s, per dag. Dat gedurende 28 dagen. De twee verschillende weideopties waren: géén weide beperking en weide waarbij het draad dagelijks een stuk werd verschoven.

Onbeperkt toegang

De pony’s werden elke week gewogen en de conditie van het lichaam werd onderzocht. De gewichtstoename, van pony’s die geen beperking van toegang tot gras hadden, was hoger dan van de pony’s mét een beperking.

Geleidelijk toegang

“De pony’s die geleidelijk toegang kregen tot weiland hadden aanzienlijk minder lichaamsgewichtstoename dan de pony’s die onbeperkt toegang hadden”, aldus Clare Barfoot RNutr, directeur Marketing en Onderzoek en Ontwikkeling bij SPILLERS. “Het is zeker de moeite waard om te overwegen een ​​strook weideafrastering te plaatsen en deze eenmaal per dag te verplaatsen.”

Volgende fase

In de volgende fase van het onderzoek wordt gekeken naar een aantal andere aspecten van strookbegrazing, zoals weideslijtage en activiteitsniveau. Zodat er nader advies kan worden gegeven over de keuze van geleidelijk toegang tot gras

 

Bron: Horse and People

Onwaarschijnlijk dat het coronavirus wordt verspreid via zadels

0
meerdere zadels
Foto: Sabine Timman

Voor maneges lijkt de uitslag van een onderzoek naar hoelang het coronavirus aanwezig blijft op zadels positief. Onderzoekers van de Liverpool School of Tropical Medicine, Imperial College London en Loughborough University concluderen na onderzoek dat de kans dat het virus zich verspreidt via een zadel zeer onwaarschijnlijk is.

Verschillende materialen

Ze onderzochten verschillende materialen van verschillende sporten; tennisballen, rugbyballen, voetballen en crickethandschoenen. Er werd een klein beetje van het virus verspreid op de uitrusting. Elke minuut, elke vijf, vijftien, dertig en elke negentig minuten beoordeelden de onderzoekers in welke mate het virus overleeft op het materiaal.

Langst aanwezig

Het virus bleef het langst aanwezig op het zadel in vergelijking met de andere materialen die gebruikt werden tijdens deze test. Gelukkig bleek het virus na vijftien minuten niet meer aanwezig op het zadel. Na dit onderzoek lijkt het waarschijnlijk dat sportuitrusting, waaronder zadels, géén grote bijdrage leveren aan de verspreiding van het Coronavirus.

Maneges

Voor maneges is de uitslag van dit onderzoek een groot voordeel. Op een manege rijden verschillende kinderen op dezelfde zadels tijdens de lessen.

Bron: Horse and Hound

Het belang van de paardenrug

0
paardenrug

Als ruiter doe je natuurlijk je best om het je paard zo comfortabel mogelijk te maken. Het juiste bit, een goed passend zadel en een perfecte rijhouding.

Van veel paarden wordt iedere dag veel gevraagd. Voor het goed bewegen van je paard is de rug misschien wel het meest belangrijk: het zorgt voor verbinding tussen de voor- en achterhand. Dit blijkt ook uit onderzoek aan de Universiteit van Harvard naar de paardenrug. Tijdens het rijden wil je als ruiter ervoor zorgen dat het paard onder het zadel op dezelfde manier beweegt als wanneer hij in de wei loopt. Maar hoe bereik je dit?

Beweging rug

Meer dan een eeuw geleden bestudeerden wetenschappers de hoeven van het paard om zo meer te begrijpen over het ontwikkelingsniveau tijdens het rennen. Maar er is weinig bekend over de evolutie van de rug tijdens deze transformatie, blijkt uit onderzoek dat aan de Universiteit van Harvard werd uitgevoerd. Vierbenige zoogdieren bewegen hun onderrug tijdens het rennen om de snelheid toe te laten nemen en tegelijkertijd de ademhaling te reguleren. Bij paarden ligt dit echter anders, omdat zij de bewegingen van hun lendenwervel tot een enkel gewricht bij hun romp beperken.”

Anatomie en mobiliteit

Tijdens de studie werd de anatomie en mobiliteit van het gedomesticeerde paard bekeken. De vorm van de rugwervels laat zien hoeveel beweging in ieder gewricht mogelijk is. Gewapend met deze informatie vergeleken de onderzoekers de rugwervels bij zestien fossiele paardensoorten. Hierbij ontdekten zij dat kleinere paardachtigen over een compleet andere anatomie van de rugwervels beschikten. Dit zou kunnen betekenen dat vroeger meer beweging in de midden- en lagere rugdelen mogelijk was. De anatomie van de wervels had ook te maken met de lichaamsgrootte. Paarden met een grotere stokmaat ontwikkelden minder beweging vanuit de rug.

Nieuwe perspectieven

De onderzoekers van Harvard zijn dan ook van mening dat de stabiliteit van de rug een gevolg is van de mechanische uitdaging bij het grote, moderne paard. ‘De benodigde energie voor het behalen van topsnelheid door zo’n groot dier is vaak extreem. Daarom lijkt het nodig dat de beweging in de rug minimaal wordt. De bevindingen in onze studie zijn belangrijk omdat het laat zien hoe de rug nieuwe perspectieven geeft op het gebied van locomotie-ontwikkeling.

Oefeningen voor je paard

Maar hoe zorg je er voor dat jouw paard zijn rug goed gebruikt? Voordat je gaat rijden kan je al checken hoe de spieren in de rug er aan toe zijn. Let bijvoorbeeld op de reactie van je paard als jij over bepaalde spieren borstelt. Wordt hij ontspannen of juist gespannen? Als je paard heftig reageert op bepaalde aanrakingen kan het betekenen dat de spieren vastzitten. Het is dan beter om hem te longeren en de rug niet te belasten door te gaan rijden. Ten slotte is jouw eigen rijhouding enorm belangrijk voor de rug van je paard. Laat een ander eens kijken naar jouw houding en corrigeer jezelf, zodat jouw paard zich zo natuurlijk mogelijk kan bewegen.

Bron: Hoefslag

Foto’s: rechtenvrij via Pixabay

Hebben recreatiepaarden of juist sportpaarden een beter leven?

0
Recreatiepaarden of sportpaarden

Recreatiepaarden en sportpaarden. Iedere paardeneigenaar heeft het beste voor met zijn of haar paard. Maar welk paard heeft in de regel nu een beter leven? Het recreatiepaard of het sportpaard? In Zwitserland werden de resultaten van een onderzoek waarin deze vraag centraal stond, onlangs gepresenteerd.

Recreatiepaarden of sportpaarden?

Op het ene vlak zijn de recreatiepaarden beter af. Op het andere vlak heeft het sportpaard een gezonder leven. Zo heeft het sportpaard in de regel minder bewegingsvrijheid gedurende de dag door, dan het gemiddelde recreatiepaard. Het recreatiepaard kan vaak de hele dag door in de wei of de paddock. Aan de andere kant zijn de recreatiepaarden vaak te zwaar (obesitas), en is het harnachement (waaronder het zadel) bij deze groep paarden gemiddeld genomen minder op orde. Beide groepen hebben gemiddeld genomen even vaak rugklachten of te kampen met lichte kreupelheid.

Stop met wijzen

“Er is zoveel kritiek in de paardensport, van ruiter tot ruiter maar ook vanuit bepaalde groepen uit de samenleving, dat het tijd was voor onderzoek. Op basis daarvan kan je dingen veranderen en stoppen met wijzen”, zegt Marie Dittmann, PhD, onderzoeker bij de Equine Sports Medicins Unit aan de Universiteit van Zürich in Zwitserland.

Enquête recreatiepaarden of sportpaarden

Als onderdeel van een grotere studie over kreupelheid bij paarden, maakten Dittmann en haar collega-onderzoekers gebruik van de gegevens die ze verzamelden. Doel was een ​​aantal fundamentele gezondheids- en welzijnsindicatoren te vergelijken bij paarden die worden gebruikt in de sport en paarden die als recreatiepaard worden ingezet. Bijna 250 Zwitserse ruiters reageerden op een online enquête. De enquête betrof 34 vragen. Deze gingen over de discipline waarin de ruiter actief was, de verzorging, gezondheid, training en uitrusting/harnachement van de paarden. De paarden van de respondenten ondergingen vervolgens fysieke evaluaties ter plaatse door getrainde dierenartsen.

In vrijheid naar buiten

De onderzoekers ontdekten dat recreatieruiters, de neiging hebben om bij het houden van paarden, ‘meer paardgericht’ te denken. De recreatiepaarden hadden vaker vrije toegang naar buiten, hadden vaker in groepshuisvesting, en hadden vaker geen hoefbeslag. De sportpaarden kwamen gemiddeld ook twee uur per dag buiten, wat op zich voldoet aan de Zwitserse richtlijnen op het gebied van paardenwelzijn (waar 1 uur per dag wordt voorgeschreven). Echter het naar buiten gaan van de sportpaarden was meer gecontroleerd. Met name het sociale contact was veel minder bij de recreatiepaarden. En daarnaast werden de sportpaarden buitengezet en binnengehaald door de verzorger of eigenaar. De meeste sportpaarden uit het onderzoek hadden niet de vrije keuze om naar binnen of naar buiten te gaan.

Pasvorm zadel

De sportpaarden komen weer beter uit de bus als het om passend harnachement gaat. Mede door het frequenter laten controleren van het zadel van het sportpaard, is de pasvorm van het zadel in doorsnee beter bij het sportpaard dan bij het recreatiepaard. Ook wordt er door de ruiters van de sportpaarden meer les genomen. Dat zou moeten leiden tot beter rijden en een betere en gezondere training voor de paarden.

Even vaak lichte kreupelheid

“Over het algemeen kwamen orthopedische problemen (problemen aan het bewegingsapparaat) in beide groepen “relatief vaak” voor. Hierbij vertoonden de sport- en recreatiepaarden een vergelijkbare prevalentie van tekenen van rugpijn en laaggradige (1 tot 2) kreupelheid”, zei Dittmann. (Om ethische redenen werden paarden met duidelijke kreupelheid (graad 3 of hoger) uitgesloten van het onderzoek, omdat het grotere onderzoeksproject vereiste dat de paarden werden bereden.)

Recreatiepaarden

“Onze studie geeft aan dat sportpaarden niet per se in een slechtere staat van gezondheid of welzijn verkeren dan recreatiepaarden, en dat recreatiepaarden niet noodzakelijkerwijs in een slechtere staat van gezondheid of welzijn verkeren dan sportpaarden”, legt Dittmann uit. “In zekere zin was ik eigenlijk blij om te zien dat ze niet zo verschillend waren, omdat dit misschien kan helpen de debatten en constante kritiek van de ene groep tot de andere tot rust te brengen.”

Goed nieuws

“De door de onderzoekers ontdekte gezondheids- en welzijnsproblemen zijn voor beide groepen paarden eigenlijk ‘positief nieuws’”, vervolgde ze. “Meer voorlichting zou deze ruiters kunnen helpen om problemen met orthopedie, lichaamsconditie en problemen met het passen van het zadel beter te herkennen. En zo de kwaliteit van leven van hun paarden te verbeteren.”

Relatief goed leven

“Toch is het belangrijk om deze kwesties op een relativiteitsschaal te bekijken”, voegde ze eraan toe. “Natuurlijk hebben we de gezondheids- en welzijnskwesties bij deze Zwitserse paarden geconstateerd. En natuurlijk moet er altijd inspanning worden gedaan om de manier waarop we voor onze paarden zorgen te verbeteren. Ongeacht het gebruik als recreatiepaard of sportpaard”, vervolgt Dittmann. “Maar we moeten ook in gedachten houden dat dit geen levensbedreigende problemen zijn. En deze problemen rechtvaardigen beslist niet de kritiek die we tussen de sportruiters en recreatieruiters soms hoort, en al helemaal niet de kritiek die op social media soms voorbij komt. De paarden in onze studie leiden allemaal een relatief goed leven. De problemen die in ons onderzoek aan het licht kwamen – zwaarlijvigheid, subtiele kreupelheid, rugpijn, niet optimaal passende zadels – zijn zeker relevant voor de betreffende paarden. Maar dit zijn tegelijkertijd problemen die moeten worden opgelost, en niet worden opgeklopt en uitvergroot.”

Obesitas

“Na dit onderzoek bleek het voor de Zwitserse wedstrijdruiters helemaal niet zo’n grote verandering om hun paarden meer toegang te geven tot vrij bewegen en sociaal contact met andere paarden. Terwijl het voor recreatieruiters helemaal niet zo ingewikkeld bleek om regelmatig hun zadel te laten controleren. En meer op het gewicht van hun paarden te letten, zodat obesitas wordt voorkomen.” Het bleek een kwestie van in gesprek gaan met de eigenaren, en voorlichting en uitleg geven over hoe zaken kunnen worden geoptimaliseerd, teneinde het welzijn van paarden te verhogen. De bereidheid om mee te werken onder de eigenaren van de onderzochte paarden was groot. Maar dat is eigenlijk ook niet zo verrassend. Iedereen wil zijn paard toch zo goed mogelijk verzorgen?

Bron: Horses and people / CAP Magazine

 

Foto: Stock

 

Hoefverzorging: ook voor veulens erg belangrijk

0
Fokkerijdag

Het laten opgroeien van een veulen vergt kennis en tijd. De verzorging van de hoeven is van jongs af aan zeer belangrijk en vormt ook onderdeel van de verzorging én de opvoeding.

Al vanaf het begin af aan heeft de hoefverzorging een grote invloed op de algemene gezondheid van het jonge paard, en zelfs op zijn sportieve vooruitzichten.

Structuur

Wanneer een veulen wordt geboren, heeft de hoef al de structuur die hij voor het leven zal hebben. Alleen als het veulen pas geboren is, zijn de hoefjes nog relatief zacht, om de baarmoederwand te beschermen tegen het schoppen. Na de geboorte wordt de hoef snel harder en ontwikkelt die zich steeds beter.

Vroege diagnose

Onderzoeker O’Grady zegt dat het handig is om in de eerste twee weken na de geboorte al iemand naar de hoeven te laten kijken. “Dit om de conditie van de hoeven en de beenstand te beoordelen, en om te kijken of en hoe die van invloed is op de beweging van het jonge paardje.”

O’Grady zegt dat vroege diagnose en conservatieve zorg misvormingen kunnen verbeteren, zoals afwijkingen in de beenstand. “In de eerste vier maanden is het makkelijker om problemen te corrigeren, daarna wordt het veel moeilijker. Je hebt een betere kans om de problemen te verhelpen als problemen vroegtijdig worden opgemerkt.”

Mak maken

Behalve dat het goed is voor de hoeven, zit er ook een sociaal stukje aan vast om de hoeven te verzorgen. Door je veulen van kleins af aan te laten behandelen door een hoefsmid, leert hij dat het heel normaal is dat er mensen aan zijn benen zitten. Hier zul je later veel profijt van hebben.

Bron: The Horse

Foto: Shutterstock

Je paard kreupel, zie of merk jij het?!

0

“Paardeneigenaren zijn slecht in het herkennen van kreupelheid bij hun (eigen) paard”, luidt de conclusie van een studie die deel uitmaakt van een zoektocht naar de definitie van ‘paardenwelzijn’.

Een team onder leiding van Sue Dyson paste op zestig paarden. De paarden werden verzorgd en bereden door hun vaste ruiters en amazones. Het onderzoek vond plaats via de ethogram-methode, een reeks van verschillende soorten gedragingen die bij een dier worden waargenomen.

Ethogram

Naast de toepassing van het ethogram, werden de aanwezigheid van verhoogde spierspanning of pijn in de rug, een slecht passend zadel, kreupelheid en rijvaardigheid van de ruiter beoordeeld door onafhankelijke experts.

Kreupelheid niet opgemerkt

De resultaten toonden aan dat een verontrustend hoog percentage (73%) van de paarden kreupel was en significant hogere ethogramscores had dan niet-kreupele paarden. Een interessant kenmerk was dat 47% van de paarden kreupelheid in galop vertoonden, wat het belang benadrukte van het beoordelen van de kwaliteit van de galop.

Pijnsignalen herkennen

Het was duidelijk dat ruiters, ongeacht hun niveau en ervaring, moeite hadden met het (h)erkennen van gedragssignalen die pijn kunnen weerspiegelen. Veel ruiters leren rijden op paarden die deze tekenen vertonen, dus er is een algemene acceptatie dat dit gedrag normaal is voor paarden.

Lees mee over het onderzoek.

Bron: Eurodressage

Foto: Shutterstock

Onderzoek: ‘Smaak’ is afhankelijk van ras en geslacht

0

Onderzoekers van de University of Life Sciences in het Poolse Lublin onderzochten of er een verschil is in smaakvoorkeuren van paarden in relatie tot hun ras en geslacht.

De paarden kregen verschillende soorten brok, waarna hun gedrag werd geobserveerd.

Smaakvoorkeur

Het doel van deze studie was om de smaakvoorkeuren van paarden te bepalen in relatie tot hun ras en geslacht. 48 volwassen Arabische volbloeden, Anglo-Arabieren, Poolse Koniks en Poolse koudbloeden – hengsten en merries in gelijke aantallen – waren (letterlijk) de proefpaarden.

‘Paardensnoepjes’

Tijdens het experiment werden vijf soorten kunstmatig verwerkt voer op basis van haver en natuurlijke gedroogde producten die gewoonlijk als paardensnoepjes worden beschouwd (denk aan zure en zoete appels, wortels, suikerbietenmelasse en gerst met zout) op drie opeenvolgende dagen in emmers aan paarden gegeven.

Gedrag

De onderzoekers evalueerden het gedrag van de paarden tijdens het experiment, evenals de manier waarop ze hun smaakvoorkeuren uitten, de volgorde waarin ze de brokken opaten, de tijd die nodig was om de interesse voor de brokken te wekken en de tijd die ze nodig hadden om elke soort brok te eten. De smaakvoorkeur van de paarden bleek afhankelijk van hun ras en geslacht.

Appels of wortels

De merries aten liever brokken met melasse dan de hengsten. Voer met toevoegingen van appels of wortels waren de favoriete snacks van alle geteste rassen. De grootste variëteit in brokvoorkeur was bij de Arabische volbloedpaarden.

Niet te zoet of een beetje zout

Brokken met een uitgesproken zoete smaak of licht zoute granen vielen niet echt in de smaak. In de meeste gevallen kozen de paarden deze twee toevoegingen het laatst.

Primitieve paarden hadden een duidelijke manier om smaakbeleving te uiten. Maar: paardengedrag dat duidt op belangstelling voor een bepaald soort voeding mag niet worden gezien als een bewijs dat het lekker(der) is. Het eerst gekozen voedsel is niet per se het voedsel dat het snelst wordt gegeten.

Belangrijkste bevindingen

  • De smaakvoorkeuren van paarden variëren afhankelijk van ras en geslacht.
  • De meeste merries kozen voor voer met worteltoevoeging, terwijl bij hengsten de voorkeur uitging naar voer met toevoegingen van zure appels.
  • Merries kozen, in tegenstelling tot hengsten, eerder voor een zoete smaak.
  • Het gedrag van de paarden betekent niet dat het ene voer ‘lekkerder’ is dan het andere.

“Ogen belangrijke stress-indicators bij paarden”

0

Een recent Canadees onderzoek toont aan dat paarden die hun ogen samenknijpen last hebben van stress.

“We weten al dat bij mensen het knipperen van de ogen verandert wanneer we onder druk staan,” licht professor Kartina Merkies van de University of Guelph toe. “Ons team wilde erachter komen of de snelheid van het knipperen ook bij paarden verandert naarmate ze meer stress hebben.”

Het tonen van stress

Veel paardeneigenaren zien wel aan hun paard wanneer hij opgewonden of uit zijn doen is. Maar goed getrainde paarden laten minder snel merken wanneer ze stress ervaren, stelt het onderzoeksteam. Hun onderzoek toonde aan dat paarden minder knipperden met hun ogen en hun bovenste ooglid meer samentrokken wanneer ze milde stress hadden.

Stressreactie onderdrukken

“Als we paarden trainen, leren we ze vooral om hun stressreacties te onderdrukken. We willen namelijk niet dat paarden wegspringen wanneer ze schrikken of nerveus zijn,” stelt professor Merkies. Het onderzoeksteam wilde een non-invasieve meting doen. Ze besloten zich op het oog van het paard te richten.

33 verschillende soorten paarden deden mee aan het onderzoek. Zij werden blootgesteld aan drie licht stressvolle situaties. In het eerste experiment werd er een bal voor het paard gegooid met als doel het paard te laten schrikken. Daarna werd het paard een paar minuten weggehaald bij zijn kudde. In de laatste situatie werd gewacht met voeren van het paard terwijl de andere paarden op stal al wel mochten eten.

Experimenten

Tijdens alle drie de experimenten filmden de onderzoekers de paarden. Aan de hand hiervan bekeken ze de bewegingen van de oren en ogen van de paarden, het schudden met het hoofd en de algemene rusteloosheid. Het experiment waarbij de paarden voer werd onthouden bleek het meest stressvol. De paarden hadden hierbij een verhoogde hartslag, ze waren rusteloos en schudden met hun hoofd.

De andere twee experimenten veroorzaakten weinig respons. De reden voor het gebrek aan respons kan zijn dat de paarden allemaal manegepaarden zijn. Zij waren het dus gewend om te schrikken en om weg te zijn van de kudde.

Samenknijpen in plaats van knipperen

Bij evaluatie van de videobeelden viel het de onderzoekers op dat de paarden minder knipperden met hun ogen, maar wel hun bovenste oogleden samenknepen. Gemiddeld gezien knipperen paarden maar vijf keer per minuut als ze gestrest zijn. Dit staat tegenover negen keer wanneer ze rustig zijn. Tijdens het onthouden van het voer steeg het aantal samenknijpingen van het ooglid van gemiddeld twee keer naar zes keer per minuut.

Beter begrijpen

Merkies geeft aan dat ze hoopt dat de resultaten van haar team paardeneigenaren helpt om de gemoedstoestand van hun paard te ‘lezen’. “Er is geen meting die ons alles gaat vertellen, maar dit is wel iets wat we kunnen toevoegen aan onze ‘toolbox’ die we kunnen gebruiken om onze paarden beter te leren begrijpen.”

Bron: Horsetalk

Foto: Digishots

Onderzoek: Stal of wei, wat kiest je paard?

0

Als het avond wordt of het is slecht weer, dan zetten we onze paarden vaak op stal. Maar stel, je paard zou zelf kunnen kiezen, wat zou hij dan doen? Sue Wilson uit Guelph in Canada voerde een onderzoek uit. Ze onderzocht of een paard het liefst op stal of in de wei staat in de winter- en lenteperiode in Ontario, Canada.

Het onderzoek

Het onderzoek werd zo ontworpen dat een paard de keuze had om zijn tijd of op stal of op het land te besteden Een kleine kudde paarden stond op een land van ongeveer 3,6 hectare. Ze hadden gemakkelijk toegang tot een stal. Ruwvoer en water waren zowel op stal als op vier voederpunten in het land beschikbaar gesteld.

Kuddeleider

Kuddeleider Major kreeg een GPS-zender aan zijn halster. Zijn locatie werd iedere minuut bijgehouden in januari (winter) en maart (lente). De gegevens werden opgeslagen als ‘buiten’ of ‘op stal’. De locatiegegevens werden gekoppeld aan tijden en weersomstandigheden. Het weer zelf – temperatuur, windsnelheid, gevoelstemperatuur en luchtvochtigheid – werd bijgehouden door een Canadees weerstation op tien kilometer afstand van de boerderij.

Het resultaat

Gegevens over in totaal 368 uur werden vastgelegd. Major bracht 79 procent van de tijd buiten door. In de lente was hij vaker buiten dan in de winter (87,5% tegenover 74.5%).

Het weer was tijdens de onderzoeksperiode zeer wisselvallig. De temperatuurgemiddelden inclusief de gevoelstemperatuur en luchtvochtigheid varieerden van -36 tot en met +30 graden Celsius. Tijdens deze extreme weersomstandigheden stond Major graag binnen. Desondanks bracht hij zelfs toen nog 59,9% van de tijd buiten door. In de nacht bracht hij ’s winters 54% van zijn tijd buiten door. In de lente stonden Major en zijn kudde 99% van de tijd ’s nachts buiten.

Conclusie

De paarden stonden het liefste buiten. Bij extreme weersomstandigheden verbleven ze vaker op stal, maar zelfs dan stond de kudde het grootste deel van de dag op het land. Bij (in Canada) normale weersomstandigheden (temperaturen van -18 tot +15 graden Celsius) kozen de paarden er in 90,8% van de tijd voor om buiten te blijven. Het tijdstip bleek geen doorslaggevende factor te zijn in de keuze tussen stal of land.

Tekst: Denise Meijer

Bron: Sue Wilson voor ISES

Foto: Istockphoto/Diane Bliessen

‘Geen negatieve invloed graasmasker op welzijn’

0

Onderzoek wijst uit dat een graasmasker geen negatieve invloed uitoefent op het sociale gedrag of het welzijn van paarden. In sommige gevallen heeft een graasmasker zelfs een kalmerend effect.

Graasmaskers zijn zeer effectief in de aanpak van overgewicht. Ze zorgen ervoor dat een paard of pony 30 tot wel 83 procent minder gras binnenkrijgt.

Lichaamstaal

Doordat een graasmasker de mond en de neusharen bedekt heeft hij wel invloed op het graasgedrag en de lichaamstaal van paarden. Ze kunnen met het masker niet ‘groomen’, hun gezichtsuitdrukking tonen of bijten. Onderzoek toont echter aan dat dit niet zorgt voor een verhoogd stressniveau en dat het zelfs een kalmerende invloed kan hebben.

Amy Burk van de Universiteit van Maryland (Verenigde Staten) deed onderzoek naar het effect van graasmaskers, samen met studente Kristina Davis. Zij presenteerden de resultaten van hun onderzoek tijdens het Equine Science Society Symposium.

Zes mini-paarden

Burk en Davis gebruikten voor hun onderzoek zes mini-paarden, die erom bekend staan snel last te hebben van overgewicht. Zij stonden gedurende het onderzoek verdeeld in drie groepen voortdurend op drie verschillende weides.  Een groep zonder masker, een groep met tien uur per dag een graasmasker op en een groep die het masker de hele dag op had.

Het gedrag van de pony’s werd voortdurend op video vastgelegd en bovendien werden factoren als gewicht, body condition score, halsomvang en buikomvang veelvuldig vastgelegd. Iedere pony kreeg ook een score tussen 1 en vijf dat de acceptatie van het graasmasker weer moest geven. Een 1 staat voor volledige acceptatie, een vijf voor afwijzing. Indicators daarvoor waren hartslag en cortisol-gehalte in het speeksel, dat de hoeveelheid stress aangeeft.

Enkele conclusies

De pony’s die de graasmasker onbewerkt om hadden vielen af, maar vertoonden geen andere fysieke veranderingen. Ze vertoonden geen stereotype gedrag of frustratie.

De pony’s die tijdelijk een graasmasker droegen, graasden minder en rustten meer.

De pony’s met een graasmasker graasden langduriger en moesten dus harder werken om aan gras te komen. Ze hadden een lagere hartslag en vertoonden meer variatie in hartslag.

Er was tussen de verschillende groepen geen verschil in het cortisol-gehalte in het speeksel.

Pony’s bij elkaar

Een soortgelijk onderzoek op een grotere weide met alle pony’s bij elkaar toonde aan dat de pony’s met een permanent graasmasker gewicht verloren, terwijl de pony’s uit de andere twee groepen juist zwaarder werden. “Klaarblijkelijk konden de pony’s die slechts tijdelijk een masker droegen het gebrek aan gras er weer bij-eten,” aldus Burk.

De pony’s legden allemaal dezelfde afstand af, omdat ze als kudde functioneerden. “De pony’s met masker bewogen het minst, de pony’s zonder masker of die er tijdelijk een droegen draafden en galoppeerden vaker.”

Ondanks dat de pony’s maar beperkt dominant gedrag konden vertonen, veranderde de hiërarchie binnen de kudde niet.

Burk concludeert dat graasmaskers een goed middel zijn om overgewicht aan te pakken. “Het constante grazen kan de conditie van te zware dieren verbeteren en het heeft een kalmerend effect.”

Bron: The Horse

Foto: archief

Brits onderzoek: ‘Hippische branche is gezond’

0
hippische branche paardrijden

De hippische branche in Groot Brittannië is gezond, alhoewel het aantal paarden behoorlijk is afgenomen, blijkt uit een grootschalig onderzoek. Het aantal ruiters en het bedrag dat zij aan hun hobby besteden, is de laatste jaren gestegen.

De British Equestrian Trade Association (BETA) presenteerde de resultaten van het National Equestrian Survey 2019. Daarvoor werden meer dan zesduizend mensen ondervraagd.

Goed nieuws

De onderzoekers wilden onder meer een beeld krijgen van de activiteiten van ruiters en paardeneigenaren en van de bedragen die zij besteden aan bijvoorbeeld de zorg voor hun paarden en kleding. “Het bedrag dat zij jaarlijks spenderen is gestegen,” legt Claire Williams van de BETA uit. “Dat is goed nieuws voor de industrie, die actief is in een gezonde en groeiende markt .”

De waarde van de hippische sector steeg van 4,3 naar 4,7 miljard pond (ruim 5,2 miljard euro).

Minder paarden

Het aantal ruiters en amazones dat regelmatig in het zadel zit, steeg van 1,3 miljoen in 2015 naar 1,8 miljoen nu.  Zij moeten het doen met minder paarden, want in 2015 waren er in Groot Brittannië nog zo’n 944.000 dieren geregistreerd, nu zijn dat er nog ‘maar’ 847.000.

Ruiters geven dan ook aan dat een gebrek aan toegang tot paarden en het beperkte aantal faciliteiten de redenen zijn dat ze minder aan rijden toekomen.

Ook het aantal paardeneigenaren is aanzienlijk afgenomen. In 2015 waren het er nog 446.000, nu zijn er nog 374.000 paardeneigenaren.

Bron: Horse & Hound

Foto: archief

Tips voor rijden in de hitte

0

Het is zomer! En laat het nu precies ook meteen ‘lekker warm’ zijn… De temperatuur kan de komende dagen oplopen tot 30 graden of hoger. Het liefst wil je gewoon lekker trainen, maar… is het wel verstandig om in de volle zon te rijden met je paard?

Gevolgen

Michael Lindinger, een dieren- en oefenfysioloog aan de Universiteit van Guelph, legt uit: “Het duurt slechts 17 minuten van matige intensiteitsoefening in warm, vochtig weer om de temperatuur van een paard te verhogen tot een gevaarlijk niveau. Dat is drie tot tien keer sneller dan bij mensen. Paarden kunnen veel slechter tegen de hitte dan mensen.”

De gevolgen van trainen in de volle zon kunnen ernstig zijn. De normale lichaamstemperatuur van een paard ligt rond de 37 graden. Als deze opeens omhoog schiet tot 41 graden, kunnen de temperaturen in de spieren oplopen tot 43 graden. Als dit gebeurt bestaat er een kans dat de eiwitten in de spieren beginnen te koken. Gebeurt dit regelmatig, dan kan dit hypotensie, koliek en nierfalen veroorzaken.

Zweten

Paarden produceren van zichzelf al erg veel warmte. Doordat ze zo groot zijn hebben ze een grote actieve spiermassa. Deze spieren produceren ontzettend veel warmte als ze gebruikt worden.

De belangrijkste manier om af te koelen is door te zweten. Paarden kunnen 15 tot 20 liter per uur zweten in koele, droge omstandigheden. In warme, vochtige omstandigheden kan dit wel 30 liter per uur worden. Slechts 25 tot 30 procent van het geproduceerde zweet is effectief bij het koelen van het paard, de rest druppelt gewoon van het paard af.

Paarden verliezen tijdens het trainen vier keer zo veel zout als mensen. Alleen meer water geven helpt niet. Dit zorgt er alleen maar voor dat het lichaam meer en meer elektrolyten kwijtraakt.

Tips voor rijden als het warm is

1. Elektrolyten

Het is dus verstandig je paard te leren een elektrolyten oplossing te drinken, water met de juiste zouten er in opgelost. Dit vervangt het zout dat je paard er uit heeft gezweet. Begin met een kleine hoeveelheid en laat je paard wennen aan de smaak. Het goed gehydrateerd houden van je paard is belangrijkste wat je kan doen met het warme weer.

2. Opbouwen

Laat je paard wennen aan het warme weer. De meeste ruiters trainen hun paard ’s ochtends vroeg of ’s avonds laat, wanneer het koel is. Als je dan opeens midden op de dag wedstrijd hebt, dan is het een enorme klap voor je paard. Bouw dit dus goed op.

3. Koelen: Schaduw

Gebruik nooit een deken als je paard het warm heeft! Als je paard te heet is, zoek dan naar schaduw en briesjes om hem af te koelen.

4. Koelen: Koud water

Door het paard af te spoelen houd je het koelproces op gang. Giet koud of ijswater op je paard na een intensieve training. Als je dit een aantal keer herhaalt kan je de temperatuur van je paard laten zakken.

Gereedschappen 

Net zoals ruiters een veldfles, wat zonnebrandcrème en een hoed met een rand voor zomerse avonturen inpakken, zegt Lindinger dat ze zich ook moeten uitrusten met de gereedschappen die ze nodig hebben om hun paarden te beschermen tegen de hitte en vochtigheid.

”Als je je paard van tevoren voorbereidt en een plan hebt om hem af te koelen als hij oververhit raakt, kunnen zelfs de hete, benauwde zomerdagen geweldig zijn om te rijden!”

Het belangrijkste is altijd: “Gebruik je gezonde verstand!”

Bron: Horsecouncil.

Foto: Istockphoto/kertu_ee