Jeroen Dubbeldam over zijn toppaarden

0
624
Toppaarden Jeroen Dubbeldam
Jeroen Dubbeldam en Oak Grove Carlyle ©DigiShots

Dit jaar is het 20 jaar geleden dat Jeroen Dubbeldam met zijn schimmel De Sjiem Olympische kampioen werd. Inmiddels is hij een enorm bekende springruiter en heeft hij al heel wat toppaarden gereden. Hoogste tijd om het eens over deze paarden te hebben met hem.

De Sjiem in 2019. Foto: Facebook Stal De Sjiem
De Sjiem in 2019. Foto: Facebook Stal De Sjiem

De Sjiem

De Sjiem (v. Aram) heeft eigenlijk geen introductie meer nodig. Dit bijzondere paard gaf in 2000 het startsein voor de succesvolle carrière van Jeroen Dubbeldam. De combinatie won dat jaar de Olympische Spelen en een jaar later de Grote Prijs van Aken. Dat deze ruin veel betekent voor Dubbeldam blijkt wel uit het feit dat zijn huidige stal ‘Stal De Sjiem’ heet. Hier geniet de bijna 32-jarige schimmel op dit moment van zijn welverdiende pensioen. Dubbeldam: ‘Natuurlijk wordt hij nu wel echt oud, maar het is nog altijd een fris en monter paard. Hij sleept nog steeds mensen naar de wei en stal, in plaats van andersom. Zijn karakter is dus nog steeds te zien.’

BMC Up and Down

Up And Down (v. Ohio van de Padenborre) is een voskleurige ruin, waarmee Dubbeldam in 2006 (tijdens de Wereldruiterspelen in Aken) wereldkampioen werd met het nationale team. Dit was een paard met een meewerkend karakter, maar ook met veel power. ‘Up and Down was een heel ander type paard dan De Sjiem. Hij had misschien niet de mooiste springtechniek, maar bezat wel al het vermogen. Dressuurmatig moest hij goed geschoold worden, want hij was nogal sterk. Op een gegeven moment had ik hem qua controle goed voor elkaar en kon ik hem de afstand geven die ik wilde. Ik kon hem dan overal overheen laten springen. Uiteindelijk is dit een heel waardevol paard geweest, want voor het nationale team heeft hij belangrijke, foutloze rondes gesprongen.’

Jeroen Dubbeldam met Simon. Foto: Reinier van Willigen
Jeroen Dubbeldam met Simon. Foto: Reinier van Willigen

BMC Van Grunsven Simon

Een ander toppaard van Dubbeldam was Simon (v. Mr. Blue), een paard waarmee hij in 2011 eerste stond op de Wereldranglijst. Met dit paard werd hij in datzelfde jaar individueel 6e op het EK in Madrid. Helaas werd de ruin een tijdje later verkocht en kon de combinatie in 2012 niet deelnemen aan de Olympische Spelen in Londen. ‘Simon was een moeilijk, sensibel paard qua afstemming, maar ook een paard met extreme kwaliteiten. Hij had veel bloed en was erg voorzichtig. In het begin werkte dit wel een beetje tegen hem en was hij soms iets te voorzichtig. Maar toen ik dat onder controle had, was het een paard waar ik blind op kon vertrouwen. Ook was Simon heel snel, ik kon met hem een proef beslissen.’ Had hij met dit paard het succes van De Sjiem kunnen evenaren? ‘Hij stond eerste op de Wereldranglijst toen hij werd verkocht en is daarna ook nog erg succesvol geweest. Simon was, naast De Sjiem, het meest getalenteerde paard dat ik heb gehad.’

Jeroen Dubbeldam en Zenith SFN ©DigiShots
Jeroen Dubbeldam en Zenith SFN ©DigiShots

SFN Zenith

Misschien wel het meest succesvolle paard van Dubbeldam: SFN Zenith (v. Rash R). Met dit paard werd hij in 2014 eerste op het WK in Caen, in 2015 eerste op het EK in Aken en in 2016 7e op de Olympische Spelen in Rio. En dat is nog maar een greep uit de successen van deze combinatie. Zenith ging in 2019 met pensioen, toen hij nog maar 15 jaar oud was. Ook dit paard staat nu op Stal De Sjiem. ‘Zenith zou vandaag de dag eigenlijk nog in de sport kunnen lopen, maar ik vond het, na alle successen, eerlijk tegenover het paard en het publiek om hem terug te trekken uit de sport. Ik had het gevoel dat hij, sportief gezien, zijn beste jaren achter de rug had. Ik vond het niet gepast om dan met hem op een lager niveau te gaan rijden.’

Het kracht van Zenith lag, volgens Dubbeldam, in zijn mentaliteit. ‘Hij had een ongelofelijke mentaliteit, maar was ook erg sensibel. Er was een heel dun lijntje tussen volledige controle en totaal geen controle. Hij kon het parcours domineren, maar hij kon ook de mist ingaan.’ Er wordt nu niet meer gereden op Zenith, ook al is hij nog fit. ‘We zijn gewend, dat als we rijden we ook echt trainen. Dat willen we niet meer doen. Want wat kan je zo paard nou nog leren? Hij loopt nu de hele dag lekker op de wei met De Sjiem, dan kan hij de hele dag doen waar hij zin in heeft.’

Oak Grove Carlyle

Het huidige toppaard van Jeroen is Oak Grove Carlyle (v. Casall). ‘Carlyle is weer een heel ander type paard dan mijn andere paarden. Die hadden veel bloed, terwijl Carlyle heel nuchter en relaxed is. Hij is soms nog wel eens wat te voorzichtig, maar heeft wel veel vermogen.’ Door de coronacrisis kon Dubbeldam met dit paard minder wedstrijden rijden. ‘We hebben hier nog niet echt last van gehad, maar dit is moeilijk in te schatten. We hebben de wedstrijden op het allerhoogste niveau nog niet meegemaakt en kunnen dus nog niet meten of we daar klaar voor zijn. De wedstrijden die we hebben kunnen rijden zijn wel goed verlopen. Dit jaar heeft hij bijvoorbeeld tijdens het Nederlands Kampioenschap fijn gesprongen.’

In 2021 wil Dubbeldam dit paard blijven trainen. ‘Ik hoop natuurlijk dat Carlyle nog een tijdje bij mij blijft en dat de concoursen dan weer kunnen beginnen. Uiteindelijk wil ik me met hem plaatsen voor de Olympische Spelen in Tokio, dat is het doel.’

Ruinen

Opvallend is dat bovenstaande paarden allemaal ruinen zijn. Toch gaat Dubbeldams voorkeur daar niet per se naar uit. ‘Ik heb ook op het hoogste niveau gereden met Nassau, dat was een hengst. Met hem werd ik derde op het EK in 2005. En ook Utascha was een toppaard van mij en dat was een merrie. Zij was ook een fantastisch paard. Het maakt me dus niet uit. Ik kijk naar wat voor paard het is en daar stel ik me op in.’

Lydia Hagen voor CAP Magazine, overname zonder bronvermelding én toestemming via redactie@capmagazine.eu niet toegestaan.

LAAT EEN REACTIE ACHTER