Test je dressuur met Working Equitation

0
891
Juan Florido

Eigenlijk gaan de trail oefeningen die in de Working Equitation (WE) worden verreden hand in hand met je dressuurtraining. Als je de trail rijdt, kun je kijken waar het in je dressuurtraining nog aan schort. Heb je deze dressuurmatige training beter voor elkaar, dan zal de WE trail ook zeker gemakkelijker gaan.

Het is dus niet zo dat je door middel van het rijden van WE je paard dressuurmatig zal verbeteren. Je zult eerst de dressuur goed voor elkaar moeten hebben om fluitend door de trail te komen. De trail zal je zeker kunnen helpen, maar zal de dressuurmatige problemen niet ineens laten verdwijnen. Dressuurmatig moet het paard vooral goed overgangen kunnen maken, kunnen verzamelen en in de hogere klassen ook correcte voltes en wissels kunnen maken.

Wissels

Denk bijvoorbeeld aan de twee tonnen waaromheen een acht gereden wordt in galop. Dus eigenlijk twee keer door een S vanhandveranderen en dat achter elkaar. Om dan in de andere galop te komen, want contragalop wordt niet gevraagd, zal je van galop moeten wisselen. In de hogere klassen door een wissel, maar in de lagere klassen via de draf of eenvoudige galopwissel. Al naar gelang het niveau zijn de voltes tien, acht of zes meter. In de lagere klassen worden de slalom en tonnen sowieso in draf verreden.

Wijken en travers

Een ander voorbeeld is het zijwaarts gaan over een hindernisbalk. Je komt aan in galop, neemt het obstakel in stap en galoppeert weer aan. Dus ook de overgangen galop-stap moeten voor elkaar zijn. De balk neem je in stap, waarbij de voorbenen en achterbenen zich ieder aan een kant van de balk bevinden. Het paard gaat zijwaarts en mag de balk niet aantikken. Jonge paarden zullen dit doen door te wijken. Verder gevorderde paarden lopen in een travers over de balk, want dan kunnen de benen nog meer scharen.

Eline van Koningsveld-Baerts met haar Grand Prix-paard Fitterdier’s Zafira Dona (v. Special D).

Met één hand

En dan de kenmerkende garroccha (lange stok) en de nepstier. Ook uit deze oefening zal blijken hoe goed je je paard dressuurmatig voor elkaar hebt, want wil je de garrocha vast houden met de ene hand, zul je met de andere hand de teugels vast moeten houden. Heb je met één hand je paard net zo goed onder controle als met twee handen? Begin eerst maar eens met een volte met één hand in galop bij D en bij G de andere kant op. Pas als je dit kunt, kun je gaan werken met de garoccha. Begin dan uiteraard in stap met de voltes, vervolgens in draf en uiteindelijk in galop.

Springen

Iets wat maar weinig dressuurruiters doen, is het maken van een sprongetje. Toch is het heel belangrijk dat jij en je paard dat ook kunnen. Begin logischerwijs met een normale hindernis, voordat je er van alles onder of naast gaat zetten. Zorg dat je netjes recht aan rijdt en ook weer echt na de sprong rijdt. Het paard dient de sprong in een galopritme aan de rijden, te springen en weer uit te rijden, waarbij de beweging over de sprong vloeiend verloopt.

Gepaste slangevolte

In de WE worden ook veel slaloms oftewel slangevoltes, met zowel grote als kleinere bogen verreden. De afstand tussen de pylonen is op internationaal niveau zes meter. Maar begin thuis met een veel grotere afstand. Pas de afstand altijd aan aan je paard en forceer het niet. De juiste stelling en buiging in de slalom is uiteraard belangrijk en in galop, komen ook correct gesprongen wissels weer aan de orde.

Wil jij eens testen hoe goed je paard dressuurmatig voor elkaar is? Daag jezelf uit en rijd eens een WE trail!

Tekst: Nuno Avelar

Foto’s: Maid of R Pictures

Bekijk hieronder het filmpje van top WE-ruiter Nuno Avelar.

LAAT EEN REACTIE ACHTER