Les van Maurice van Roosbroeck: ‘Springen is vooral basiswerk’

0
1120
Maurice van Roosbroeck CHIO Rotterdam 2016 © DigiShots

Amazone: Stephanie de Smet
Paard: Apocalyps 7-jarige KWPN-ruin v. Indoctro
Niveau: 1.10-1.20
Probleem: Paard valt op de sprong naar links

Amazone: Nathalie Aertsen
Paard: Forjef 7-jarige BWP-ruin v. Casall
Niveau: 1.10-1.20
Probleem: hand & zit

Ruiter: Jan Mertens
Paard: Batida 8-jarige BWP-merrie v. Balougran
Probleem: Zit voor op de beweging in de sprong

Maurice Van Roosbroeck behaalde in 2011 voor de eerste maal in zijn springcarrière de Belgische kampioenstitel senioren. Naast de opleiding van, en in lichte mate de handel in springpaarden is de stijlruiter uit Heist-op-den-Berg een gewild instructeur. De drie lessers komen dan ook graag naar zijn springstal voor een uur onderricht. Maar Maurice waarschuwt voor al te hoge verwachtingen: ‘Je moet je bij een les eigenlijk niks spectaculairs voorstellen.’

Sinds het behalen van de Belgische Kampioenstitel met toppaard Dylano (v Cento Lano) staat de naam van de Vlaamse springruiter in België definitief op de kaart. De 56-jarige springruiter runt samen met zijn dochter een springstal in Heist-op-den-Berg.

‘Eigenlijk ben je tijdens de les vooral bezig met het basiswerk, niet met het springen van steeds hogere hindernissen’, vertelt Maurice. Volgens Maurice kom je als coach bij bijna elke ruiter min of meer dezelfde problemen tegen. Problemen in de aanleuning, problemen in de houding van de ruiter of het paard en problemen in het aanrijden op de sprong. Het is misschien wel daarom dat Maurice, in tegenstelling tot de andere Pavo-instructeurs, alle drie de prijswinnaars tegelijkertijd in de rijbaan verwacht. Jan, Nathalie en Stéphanie warmen gedrieën hun paarden op in de grote buitenpiste. Om de beurt geeft Maurice de ruiters een persoonlijke tip, om ze daarna weer het veld in te sturen om het zelf te proberen.

Onafhankelijke houding en zit

Nathalie-5Nathalie is als eerste aan de beurt. Maurice vindt haar handhouding te onrustig. ‘Ik zie graag een wat klassiekere houding. Natuurlijk zit niet iedereen hetzelfde op zijn paard en een beetje afwijking mag best. Maar ik zie iemand het liefst recht op zijn paard zitten met zijn handen bij elkaar,’ legt hij haar uit. Nu beweegt Nathalies hand nog niet onafhankelijk van haar lichaam; tijdens het lichtrijden gaan haar handen in hetzelfde ritme op en neer. In de galop zit Nathalie een heel stuk stiller, maar volgens Maurice houdt ze haar hand nu te strak. ‘Je bent veel te veel bezig je paard rond te rijden. Mensen willen maar van alles doen om het hoofd van het paard naar beneden te houden. Maar een paard zal vanzelf nageven wanneer het goed van achter naar voren gereden wordt.’

Nathalies paard kan zich erg sterk maken, waarop Nathalie haar hand blokkeert. Maar het handgebruik van Nathalie heeft een nadelige invloed op de gangen van haar paard, vindt Maurice. ‘Een paard moet zichzelf kunnen dragen. Maar die mogelijkheid moet hij ook wel krijgen. Dat paard doet niet zoveel fout. Omdat jij je schouders stijf houdt druk je jezelf automatisch voorover. Blijf rechtop zitten, dan blijft je paard ook goed galopperen.’ Maurice helpt Nathalie nog even verder. ‘Als je paard weer eens aan de teugel trekt, ontspan dan eerste je hand eens’, zegt hij, ‘Kijk, nu ontspant je paard ook. Hij zakt met zijn hals en galoppeert over de rug. Voila!’

De volte is rond

Wanneer de paarden voldoende opgewarmd zijn, sommeert Maurice zijn leerlingen naar de binnenpiste, waar een parcours is opgesteld. ‘We zitten in het indoorseizoen, dus moeten we ook binnen springen’, is zijn devies. Op de korte zijde heeft hij één cavaletto opgesteld en wanneer de drie combinaties zijn aangegaloppeerd mogen ze achter elkaar zowel links- als rechtsom over het sprongetje komen. Daarna vraagt Maurice de ruiters één voor één om een volte op de korte zijde in te zetten en steeds de cavaletto mee te pakken. ‘En de cirkel moet mooi rond worden’, geeft Maurice als opdracht.

Dat blijkt gemakkelijker gezegd dan gedaan, want Nathalie noch Stéphanie of Jan weet een perfecte ronde volte te rijden. Na het sprongetje moet er steeds een hoop worden bijgestuurd om weer op de volte te komen. ‘Jullie rijden alle drie teveel naar buiten’, ziet Maurice. ‘Wanneer je een hindernis op een cirkel rijdt, richt dan ook op het binnenste stuk. Richt je op de buitenkant, kom je niet meer op de volte. Nu blijft je cirkel mooi rond en zwaai je niet naar buiten uit. Je merkt dat je anders teveel moet corrigeren om je paard weer op de juiste baan te krijgen.’

‘Wanneer je een hindernis op een cirkel rijdt, richt dan ook op het binnenste stuk

Maurice wil niet dat zijn ruiters maar lukraak over een hindernis springen. Er moet netjes en gedoseerd gesprongen worden. In het lijntje dat Maurice gebouwd heeft horen de ruiters dan ook flink wat aanmerking op hun rijstijl. Nathalie valt terug in haar oude fout; met een tegenwerkende hand rijdt ze over de dubbelsprong. ‘Nathalie blijf in het springen niet zo scheef en breed met je handen zitten. Je mag best corrigeren, maar daarna breng je je handen weer bij elkaar,’ roept Maurice naar de amazone, die tussen de twee hindernissen nog van koers wil wijzigen. ‘Zoek tijdens het aanrijden al een mooiere baan uit voor de dubbel. Ofwel meer naar binnen of naar buiten. Wanneer je scheef aanrijdt komen je passen niet mooi uit en dan mis je ritme in je rijden,’ concludeert Maurice.

Recht op twee teugels

Ook Stéphanie werkt teveel met haar handen om haar paard over het lijntje te helpen. ‘Stéphanie, houd je paard recht’, roept Maurice wanneer ze over de eerste hindernis springt, ‘Het kijkt constant naar links om dat je hem steeds naar links trekt.’ Volgens de springruiter trekt Stéphanie alleen aan de binMaurice-en-Stephanie2nenteugel wanneer ze op een sprong aanrijdt. Haar ruin trekt erg op het hout aan en de amazone probeert door aan één teugel te trekken controle te houden over de situatie. Van Maurice moet ze echter ook de rechterteugel erbij houden, om te voorkomen dat haar paard in het lijntje niet uitzwaait. ‘En richt je paard op het midden en blijf daar op sturen’, adviseert Maurice voor de tweede poging, ‘ Mocht er iets mis gaan, dan heb je nog mogelijkheid om licht te corrigeren. Als je steeds maar naar links blijft sturen, heb je geen ruimte meer om bij te stellen.’

Stéphanie vindt het niet makkelijk. Met ophoudingen met haar linker- en rechterhand springt ze nogmaals over de dubbelsprong. ‘Rommel niet zo met je handen’, zegt Maurice nu, ‘Vier passen voor de sprong moet je tempo, houding en ritme voor elkaar hebben en zit je stil.’ Doordat de amazone het aanrijden niet goed voor elkaar heeft is het op de hindernissen meer geluk dan wijsheid wanneer de balken blijven liggen. ‘Als jij rustiger rijdt komt je paard ook mooier uit voor de sprong en zal het ook beter springen. Nu werk je maar steeds met links in en op het laatst stuur je pas naar rechts’, aldus Maurice.

‘Ruim rijden’

Jan mag als laatste combinatie het lijntje springen. Zijn merrie Batida beschikt over heel veel vermogen, maar laat zich niet makkelijk rijden. ‘Dat is de handicap van dit paard’, zegt Maurice. ‘Want verder heeft ze zeer veel capaciteiten voor het springen.’ Omdat zijn merrie nogal explosief en onverwacht springt kan Jan haar niet altijd goed in de beweging volgen. Vaak komt hij daarom in de afzet voor op de beweging van zijn paard.

‘Jan, houd je bovenlichaam terug op de sprong’, ziet Maurice dan ook, wanneer Jan over de eerste steilsprong van de combinatie springt. Maurice roept Jan bij zich. ‘Wanneer je weer inkomt, houd dan je hand wat hoger’, zegt de instructeur. ‘Druk ‘m niet weg naar beneden dan kiep jij ook weer voorover.’ Verder vindt Maurice het ook belangrijk dat, ondanks dat Batida erg onstuimig is, Jan

Mensen stellen hun paard vaak te rond in in het parcours

haar niet te rond instelt tussen de hindernissen. ‘Mensen stellen hun paard vaak te rond in in het parcours. Dan kan het niet zien waar het loopt en weet het ook niet wanneer het moet springen’, vertelt hij. ‘En ook dat zorgt voor veel onrust bij het paard. Dat er met het losrijden wat lager ingesteld gereden wordt kan geen kwaad, maar in het parcours moet het paard er wel met de neus uitlopen om een sprong goed in te kunnen schatten.’

Ook adviseert Maurice Jan om zowel naar de sprong als erna ruim uit te rijden. ‘Want ook door het korte wenden gaat zo’n paard hectisch springen’, aldus Maurice. Jan rijdt met de tips van de springruiter in het achterhoofd nog een paar keer het lijntje, maar Maurice weet ook dat het probleem van Batida niet in één les uur op te lossen is. En of de heethoofdige merrie ooit op haar dooie akkertje het parcours rond zal springen moet de toekomst uitwijzen. Maurice is er echter wel zeker van dat de manier van rijden een grote invloed op de merrie zal hebben.

Na een korte adempauze ziet Maurice Jan en de twee amazones nog graag even het hele parcours springen. Zijn opdracht luidt even eenvoudig als doeltreffend: ‘Nathalie gaat ritme houden en houdt haar handen stil, Stephanie houdt haar paard in het midden, en Jan houdt z’n lijf terug. Voilà. Dat is alles wat jullie moeten doen.’

Lees ook: Les van Niels Bruynseels

Dit instructie-artikel verscheen in 2015 in Hoefslag.

Foto: DigiShots

LAAT EEN REACTIE ACHTER