Hoge paardenprijzen: “Het is net alsof je een lot koopt, je hebt geluk of niet”

0
1114
Catalogus Limburgse Veulenveiling 2015 © DigiShots
Catalogus Limburgse Veulenveiling 2015 © DigiShots

Je kijkt even op marktplaats, sporthorses en Facebook. Gaat langs stallen of naar een veiling. Een paard kopen is niet zo moeilijk, wel zijn ze behoorlijk duur.

Nu is ‘duur’ voor iedereen een ander begrip, maar de prijzen stijgen wel! Je praat niet over een paar honderd en soms ook niet over een paar duizend euro.

De prijs heeft met veel factoren te maken. Afstamming, leeftijd en opleiding spelen mee bij het kopen van een paard en het bepalen van de prijs. Goede bekende vaders
verkopen over het algemeen beter. Niet te jong en niet te oud, dat is wat de meeste mensen willen.

Wanneer een paard al wat ervaring heeft, is dat handig en scheelt veel tijd. Zoek je een recreatie paard dat wat ouder is en niet veel hoeft te presteren (of heeft gepresteerd), zal de prijs daarvan niet heel hoog liggen. Maar zoek je een jonger sportpaard dat al een hoger niveau gelopen heeft, zal je natuurlijk veel meer betalen. Het is maar net waar je naar op zoek bent.

“Het heeft eigenlijk gewoon te maken met hoe rijk de persoon is.” – Leon Eggink

Emotie

Maar dat is het niet alleen. Op veilingen gaan embryo’s, veulens en jonge paarden voor gigantische prijzen onder de hamer. Van tien tot vijftig duizend en van een ton tot een half miljoen. Kopers nemen een beslissing die bepaald wordt door emotie. Het ene veulen verandert voor tienduizend euro van eigenaar; hetzelfde veulen, met dezelfde bewegingen, kleur en afstamming kan ineens veel meer opbrengen.

“Als een bieder het veulen heel graag wil zal het door bieden tot hij hem heeft”, legt Leon Eggink. Hij zit in het bestuur van het KWPN. “Het heeft eigenlijk gewoon te maken met wat de koper te besteden heeft. Het is maar net wat de gek er voor geeft.” Egginks opa is ook fokker en fokt voornamelijk KWPN’ers. “KWPN-ers zijn, ook voor het buitenland, gewild. Daardoor is de prijs voor die paarden ook iets ook hoger. De prijzen in Nederland zijn al relatief hoog, maar in het buitenland praat je al gauw over tonnen.”

Parabool

“De prijzen gaan met de jaren als een soort parabool, gelijkmatig stijgen de prijzen maar
ze kunnen in een jaar ook enorm dalen”, vult Eggink aan. “Het schommelt met de jaren en het zal nooit stabiel zijn.”

Het fokken is het begin en de basis. Vanuit daar ontstaat er natuurlijk een paard dat het geld oplevert. Het is leuk, een veulentje dat lekker door de wei huppelt en drinkt bij zijn moeder. De maanden die voorbij gaan dat het veulen opgroeit en steeds meer zelf gaat kunnen, grasjes eten, en heerlijk door de wei heen huppelt.

Nikki Hulstein fokt met haar moeder elk jaar verschillende veulens. “Het begint al met de juiste hengst uitzoeken, ga je voor commercieel bloed of pak je dit jaar een jonge hengst” , zegt Hulstein “Je kijkt ook naar type merrie. Heb je een grote merrie met weinig bloed, dan moet je kiezen voor een fijne hengst met veel bloed.”

“De meeste mensen zeggen altijd dat een eigen fokkerij de langste weg is.”-Nikki Hulstein

Het fokken is naast dat het leuk is ook heel risicovol en stressvol. Dat begint al tijdens het insemineren van een merrie. Wordt de merrie wel drachtig? Krijgt de merrie geen complicaties, blijft het veulen wel leven? En dan nog die bevalling, overleven moeder en veulen het wel? Fokken is een heel groot risico, je stopt er veel geld in, in de hoop er iets geweldigs voor terug te krijgen. Maar daar in tegen kan je het veulen, of zelfs je hele goede merrie verliezen.

“Wij hebben wel eens een jaar gehad dat er geen één merrie drachtig werd, dat betekent een jaar geen veulens. Dan moet je investeren en goede paarden kopen”, zegt Hulstein. “Wij hebben elk jaar twee tot drie veulens, als je dan een jaar niks hebt dan mis je de doorstroom.”

Verlies

“De meeste mensen zeggen altijd dat een eigen fokkerij de langste weg is, je investeert vanaf jaar nul, tot de verkoop van het paard”, zegt Hulstein. “Het kan gebeuren dat een paard ‘niet goed genoeg’ is voor de sport, niet groot genoeg is of jong komt te overlijden.”

De familie Hulstein is het afgelopen jaar al twee paarden verloren. “Wij hadden een prachtige Freeman ruin, die hebben we zelf gefokt. Hij is overleden door een gescheurde aorta toen hij vijf jaar was. Dit paard liep al wedstrijden met onze vaste ruiter waardoor de kosten al hoger waren. Dit is echt een grote domper bij het fokken”, zegt Hulstein. “Daarnaast hadden wij een dressuurveulen aangekocht. Normaal hebben we eigenlijk alleen springpaarden, maar deze werd helaas een jaar later verlamd en hebben wij daardoor in moeten laten slapen. Dat ligt mij echt na aan het hart!”

Aan het werk

Wanneer het veulen drie jaar in de opfok heeft kunnen opgroeien van een puppy tot een jong paard moet het daarna aan het werk. Het verschilt per paard hoelang het duurt voor het paard goed opgeleid is. De een leert wat makkelijker dan de ander. In deze opgroei- en opleidingstijd kom je er achter of dit paard daadwerkelijk talent heeft. Het kan tijdens een veulenveiling wel prachtig door de baan sjouwen, of als twee of drie- jarige prachtig over een sprongetje springen, maar als het echte werk erop aan komt moet het paard ook daadwerkelijk écht talent hebben.

Blijkt dit achteraf minder te zijn dan is het natuurlijk heel erg zonde van je investering. Daarna wil je er eigenlijk ook wel weer winst uit halen door hem te verkopen. Maar of dit ook echt mogelijk is? “De meeste goede paarden worden duur aangekocht. Dus deze moet je automatisch ook weer duurder doorverkopen. Als er een paard wordt gekocht voor dertig duizend en deze loopt een jaar lang mee in het internationaal, moet je er het dubbele weer voor terugkrijgen want anders verdien je er weinig mee”, zegt Hulstein

“Het is ook een soort aanzien en status die je hebt.”-Leon Eggink

Geld opleveren

De dekkingskosten, de opfokkosten en dan nog de trainingskosten lopen vaak op. Vandaar dat de paarden ook flink wat geld kunnen opleveren wanneer het ook goed presteert. Maar Eggink denkt dat door al deze kosten er toch weinig winst te behalen valt. “Veel fokkers doen het voor de leuk.”

Een paard is en blijft kostbaar. Of je het nou zelf fokt of er een aanschaft, er zullen ook altijd risico’s blijven aan het kopen. “Het is net alsof je een lot koopt, je hebt geluk of niet, want een bloedlijn is een richtlijn maar zegt zeker niet alles. Wij hebben wel eens een veulen gehad met de allermooiste lijnen maar hij werd slechts 1.58 en raakte bijna elke balk die hij tegen kwam” , sluit Nikki af.

Tekst: Isa Vorkink

LAAT EEN REACTIE ACHTER