Van dracht tot bevalling, van geboorte tot in de wei

0
648
Foto: Sanne Wiering

Van februari tot en met juli staat in het teken van de veulentjes! Zes maanden lang brengen merries nieuw leven. De kleine paardjes zien voor het eerst het daglicht. Wankelend in de benen komen, het gesabbel aan de tepel van de merrie en de eerste hinnikjes.

Februari is nog vrij vroeg, maar dan komen wel de eerste veulentjes. Het is nog koud buiten. Geen mooie groene bomen of een heerlijk lente zonnetje. Het veulen moet nog even een maandje op stal blijven. Vanaf eind maart, begin april begint het lente weer langzaam te komen. De veulentjes mogen voor het eerst naar buiten. Galopperend en springend gaan de kleine monstertjes door de wei. Tot en met september zien we de vrolijke kleintjes in de wei. Daarna gaan ze naar de opfok, een groep met meerdere halfjarige, om op te groeien voor de komende drie jaar.

Natuurlijk proces

De dracht van een merrie is elf maanden. Tussen de 10,5 en de 12 maanden kan de merrie gaan bevallen. De merrie zal eerst wat gevulde uiers krijgen en slappe banden bij de achterhand. De opeenvolgende dagen worden de uiers dikker en dikker, gevolgd door druppels met biest. Dat is een teken dat het niet heel lang meer gaat duren. En merrie kan wat onrustiger worden en stoppen met eten. Het belangrijkste is goed observeren. Je kan eigenlijk niets doen. De merrie doet alles zelf. Vaak wacht de merrie met bevallen tot er rust is en de mensen weg zijn. De meeste bevallingen gaan probleemloos. Zodra er iets mis lijkt kun je beter wachten op de dierenarts dan zelf helpen.

Verschillende problemen

Er kunnen zich verschillende problemen voordoen. Een daarvan is een Redbag delivery. Dat betekent dat de placenta als eerst komt. Dit is een heel cruciaal moment. Zonder placenta gaat het veulen dood. De placenta hoort normaal gesproken nog vast te blijven zitten tijdens de bevalling, het voorziet het veulen van zuurstof. Zodra de placenta eruit is (dit gaat vaak al niet zonder problemen) moet het veulen zo snel mogelijk uit de merrie. Binnen enkele minuten kan het veulen al dood gaan doordat het geen zuurstof krijgt. Bij dit probleem moet er een dierenarts aan te pas komen. Een bevalling van een paard
gaat heel vlot, in dit geval duurt het lang. De merrie gaat liggen, staan, liggen. Het kost de merrie veel moeite, ze perst maar er komt geen veulen. Het is belangrijk om de ernst van de situatie te weten. Vraag de dierenarts wat je ondertussen kunt doen tot dat hij er is.

Bevalling meemaken

Verreweg de meeste bevallingen gaan goed. Voor je het weet ligt er een veulen naast je merrie. Het is moeilijk om een bevalling bij te wonen, omdat de merrie probeert te wachten tot je weg bent. Er bestaat een ‘birth alarm’ deze kun je bevestigen aan de merrie. Hij detecteert zodra de merrie plat gaat liggen. Het systeem belt je telefoon. Op deze manier kun je bij de bevalling zijn, dat is vooral belangrijk als er wat mis gaat. Tegenwoordig heb je ook camera’s die je kunt ophangen om van een afstandje in de gaten te houden wat er gebeurd.

Nageboorte

Maar ook wanneer er een gezond veulen naast de merrie ligt kunnen er problemen ontstaan. Nadat het veulen eruit is moet er nog een nageboorte komen. Dit gebeurt meestal een half uur na de geboorte. Zodra de nageboorte er na drie uur nog niet af is moet er een dierenarts komen. Die geeft de merrie een medicijn waardoor de baarmoeder gaat samentrekken. De placenta laat los en komt eruit.

De eerste biest

Zodra het veulen geboren is zal het zo snel mogelijk proberen te staan. Dit kost enige moeite en gestuntel. Dit geeft niet, het veulen moet zelf in de benen kunnen komen. Het is niet gebruikelijk dat de mens hierbij helpt. Nadat het veulen staat zal hij zo snel mogelijk de tepel vinden om te drinken. De eerste biest van de moeder is zeer belangrijk. Hier zitten antistoffen in die belangrijk zijn voor het veulen. Dit hoort binnen 90 minuten te gebeuren. Binnen twee uur gaat het veulen poepen.

Dummy veulen

Er bestaat ook een zeer uitzonderlijke en bijzondere situatie. Na de bevalling heeft het veulen geen zuigreflex. Het zal wat duf ogen, niet alert zijn en niet reageren op de moeder. Deze situatie is nog niet heel bekent in Nederland. Deze veulens noemen ze ook wel een dummy veulen. Vanuit Amerika is er een methode, Madigan Foal Squeeze Procedure for Neonatal Maladjustment Syndrome. Ze laten het veulen ‘opnieuw geboren worden’ er worden touwen om het veulen gedaan. Met enige druk word de bevalling opnieuw nagebootst. Het veulen lijkt een soort van wakker te worden, hij rekt zich uit en krijgt een zuigreflex. Het gaat daarna goed met het veulen, hij zal er niets aan overhouden.

Naar buiten!

Het is belangrijk voor de merrie-veulenband om de eerste dag binnen te blijven. Het veulen mag een dag later naar buiten. Het leukste moment! Het veulen blijft dicht bij de moeder. Hengsten zijn vaak ondeugender, brutaler en willen nog wel eens wat verder van de moeder weg. Je kan vanaf dag één al een halstertje omdoen. Hoe eerder, hoe makkelijker het is. De eerste weken staat de moeder met het veulen alleen, daarna is het goed voor het veulen om met een leeftijdsgenootje en een merrie komen te staan. De veulens kunnen dan heerlijk spelen en opgroeien!

Tekst: Isa Vorkink

LAAT EEN REACTIE ACHTER