Wijziging kosten ophalen van gestorven paarden

0
481

Vanaf 1 januari 2021 maakt de OVAM een onderscheid tussen paarden die gehouden worden als gezelschapsdier, en paarden die gehouden worden als landbouwdier. Dit heeft invloed op de ophaling van dode paardachtigen (red. paarden, zebra’s, ezels, kruisingen) en de financiering daarvan.

Tot nu werden de kosten van het ophalen en verwerken van gestorven paarden van particulieren betaald door Vlaams Gewest. Veel van deze paarden hadden een functie als gezelschapsdier, terwijl de steunmaatregelen bedoeld waren voor landbouwdieren.De kosten voor de ophaling en verwerking van dode gezelschapsdieren moeten betaald worden door de eigenaar.

Wanneer is een paard een gezelschapsdier?

In 2010 stelde de Europese wetgeving regels vast over de identificatie van paardachtigen. Alle dieren moeten binnen een jaar na hun geboorte geïdentificeerd worden via microchip, paspoort en registratie in de centrale databank. Op dit moment krijgen ze dan een sanitaire  status: ‘Behouden’ of ‘uitgesloten voor menselijke consumptie’.

Vanaf 1 januari 2021 beschouwt de OVAM paardachtigen met de status

  • “behouden voor de voedselketen” als landbouwdieren
  • “uitgesloten voor de voedselketen” als gezelschapsdieren

Dieren die niet gechipt zijn worden automatisch als gezelschapsdieren beschouwd.

Gevolgen voor eigenaren van paardachtigen

Gechipt als ‘Behouden voor voedselketen’

  • het dier moet binnen 24 uur na overlijden met chipnummer gemeld worden aan Rendac;
  • indien uw paard als landbouwdier kan worden beschouwd betaalt u aan Rendac minimaal een vast bedrag. Na verificatie kan hiervan een deel worden terugbetaald.

Gechipt als ‘uitgesloten voor de voedselketen’ of niet gechipt

  • het dier moet binnen 24 uur na overlijden met chipnummer gemeld worden aan Rendac;
  • er is geen steunbedrag voorzien. U staat zelf in voor de kosten van de ophaling en verwerking.

Lees hier de bijkomende verplichtingen en de verdere maatregelen.

Foto: Shutterstock

LAAT EEN REACTIE ACHTER